Van bladzijde tot Hoofdstuk

De column van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan is een mooie weergave van de manier waarop de Nederlandse regering met ons trans-Atlantische slavernijverleden omgaat. Wat hij specificeert is even opvallend als wat hij weglaat en de uitkomst van zijn opsomming is representatief voor hoe teveel Nederlanders de ‘slavernijbladzijde’ graag presenteren: “Het was er al en Nederland had niet de meeste slaven dus hoe gaan we er nu met z’n allen voor zorgen dat het gezellig blijft?”

Het is een lastige taak om in 315 woorden uit te leggen waar Keti Koti voor staat maar Van der Laan heeft zich eraan gewaagd dus laten we er eens even rustig naar kijken. In zijn Metro-column van 4 juli 2012 opent de burgemeester met:
“Op 1 juli 1863 besloot het Nederlandse parlement de slavernij af te schaffen. Afgelopen zondag stonden wij hierbij stil, bij het monument in het Oosterpark.

Tussen de 14e en 19e eeuw zijn naar schatting 12 miljoen Afrikanen als slaven verhandeld. Het Nederlandse aandeel bestaat uit ongeveer 600.000 slaven. Veel belangrijke gebouwen en ontwikkelingen in de geschiedenis, van de Chinese Muur, de Egyptische piramides tot het Romeinse rijk zijn mede tot stand gekomen door slavenhandel.”

1. De volledigheid van de informatie over de afschaffing van de slavernij zoals deze in de eerste alinea wordt gedeeld gaat ten koste van de dwangmatige context die in de tweede alinea wordt omschreven. Want welke rol speelde de trans-Atlantische slavenhandel bij het bouwen van de Chinese Muur? Wellicht wordt dit deel van het verhaal duidelijker wanneer de burgemeester uitlegt welke van de Chinese Muren hij bedoelt want wanneer we het hebben over de muren die gebouwd zijn rond de 5e-7e eeuw voor Christus dan dwalen we weer eens af. Dat we het tijdens de bespreking van de trans-Atlantische slavenhandel over het Romeinse rijk moeten hebben lijkt mij ook wat ver gezocht: als ik me de geschiedenislessen uit mijn middelbareschooltijd nog goed kan herinneren, brokkelden de laatste stukjes Rijk rond 1453 af en de Nederlandse handel in West-Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen begon immers rond 1691.

Indien het Van der Laan’s intentie was om een educatieve draai aan zijn column te geven dan hadden de eerste zinnen  er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:
— Op 1 juli 1863 tekent het Nederlandse parlement voor de afschaffing van slavernij in haar Caraïbische koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen. Tijdens het Keti Koti-festival van afgelopen zondag stonden we hier bij het slavernijmonument in het Oosterpark bij stil.

Tussen de 16e en 19e eeuw werden tijdens de trans-Atlantische slavenhandel miljoenen Afrikanen als slaven verhandeld. Aan de laatste twee eeuwen van deze slavenvaart verdiende Nederland tussen de 63 en 79 miljoen gulden.—

Toch net even wat meer info en het scheelt zelfs een woord.

2. Dient de vermelding van ‘ongeveer 600.000 slaven’ context te bieden aan het de ‘naar schatting 12 miljoen Afrikanen’ waar Van der Laan het een zin eerder over heeft? Is het de bedoeling dat wordt aangetoond dat Nederland een minder grote barbaar was dan de rest van de landen die deelnamen aan deze macabere handel? Want wat vertelt een aantal als 600.000 ons wanneer er niet gesproken wordt over de snelheid waarmee de Nederlanders in West-Afrika handel dreven en de tijd die het ze kostte om de slavenschepen vol te stouwen met de lading die ze ‘negers’ noemden? Hoelang duurden de bootreizen? Hoe betrouwbaar zijn de documenten waarin wordt bijgehouden hoeveel mensen er per schip vervoerd werden? Laten we niet doen alsof ‘600.000 van de 12 miljoen slaven’ het resultaat van een humanitaire afweging was…

3. Na een korte beschrijving van de connectie tussen de Amsterdamse grachtengordel en de tijdens de slavernij verhandelde producten schrijft de burgemeester: “Dat hiervoor mannen, vrouwen en kinderen werden verhandeld was geen geheim.” Waarover echter wel heel geheimzinnig wordt gedaan, zijn de omstandigheden waarin deze zwarte mannen, vrouwen en kinderen moesten overleven… van leven was namelijk nauwelijks sprake. Op welke gruwelijke wijze werden zij gedwongen om ervoor te zorgen dat de boten gevuld met cacao, koffie, katoen en tabak door de Amsterdamse grachten konden dobberen? Wat zagen zij terug van de winst die er werd gemaakt?

4. Het eerste deel van de column is, evenals de speech van Rutte, een naar gemakzucht riekende gatenkaas maar voor de volgende nonsense dient Eberhard toch echt de laan uit te worden gestuurd. Halverwege de tweede alinea stelt hij: “De welvaart groeide en twee volle eeuwen kon de slavenhandel zonder noemenswaardige kritiek voortduren.” Bedoelt hij hiermee dat er weinig witte Nederlanders waren die kritiek hadden op de trans-Atlantische slavenhandel? Dat geloof ik namelijk direct. Wat zijn stelling echter zo walgelijk problematisch maakt, is de gedachte dat iemand eurocentrisch en arrogant genoeg is om het verzet van de Marrons en de strijd van vechters als Codjo, Mentor, Present, Baron, Boni, Jolicoeur, Tula en vele strijders die de geschiedenisboeken niet gehaald hebben als ‘niet noemenswaardige kritiek’ te beschouwen. Ook hun verhaal, beste burgemeester, is er een die we moeten blijven vertellen zodat we ook dat deel van onze geschiedenis niet vergeten. Er waren namelijk een flink aantal leeuwen die de jagers met huid en haar hebben verslonden.

De schandalige disneyficatie van de rol die Nederland tijdens de trans-Atlantische slavenhandel speelde, dient op verschillende niveaus aangepakt te worden. Van de wegwuivende politici tot de geschiedenisdocenten, van de eurocentrische historici tot de zwarte organisaties die politici als Rutte uitnodigen voor een Keti Koti-speech… we dienen allemaal onze verantwoordelijkheden te nemen en te zorgen voor meer eerlijkheid, educatie en een representatiever gezelschap van sprekers. Wellicht snapt burgemeester Van der Laan dan ook meteen wat er mis is met een van zijn laatste zinnen waarin hij beschrijft dat John Gabriël Stedman verliefd werd op een “meisje dat als slaaf werkte.” Slavernij, beste burgemeester, is namelijk geen beroep.

Misschien lukt het ons zelfs om van die ‘zwarte bladzijde’ een hoofdstuk te maken. Geen ‘zwart hoofdstuk’ maar een Hoofdstuk. En indien we toch moeten kiezen voor kleur laten we dan niet alleen voor de verandering maar vooral voor de eerlijkheid nu eens echt kleur bekennen en kiezen voor wit.

De witte bladzijdes in de Zwarte geschiedenis

– Waar een klein land klein in is gebleven #3 –

“We vinden het een eer dat hij hier aanwezig is…” De andere sprekers konden zijn aanwezigheid niet genoeg prijzen. Ik ben een voorstander van eerlijkheid maar dit kan maar beter gelogen zijn want de enige plek waar deze man nog eervol ontvangen mag worden is in een slecht onderhouden studentenkroeg. Maar hij was er hoor… tijdens de Keti Koti-viering van 2012 hield demissionair premier Mark Rutte een toespraak. Rutte, bekend van zijn politieke omarming van niet-Westerse culturen, had het voorrecht om de eerste krans bij het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark te leggen.

Uit zijn toespraak was het niet af te leiden maar laat één ding heel duidelijk zijn: Keti Koti staat in het teken van de afschaffing van het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel. De jaarlijkse, internationale 1 juli-herdenkingen herinneren ons aan de dag waarop de Nederlandse regering officieel een einde maakte aan de mensonterende gruwelijkheden die ze in haar Caraïbische koloniën uitvoerde. Deze door bloed, littekens en dood ontsierde witte bladzijdes in de Afro-Caraïbische en Nederlandse geschiedenis hebben het recht om op zichzelf te staan en in alle eerlijkheid besproken te worden. Want laten we wel wezen… welke Nederlander verwijst tijdens gesprekken over de holocaust naar de genocide in Rwanda? Welke hoogwaardigheidsbekleder heeft het tijdens de Bevrijdingsdagfestiviteiten over de Nederlandse koloniën die op 5 mei 1945 verre van vrij waren? Is de herdenking van de Februaristaking een geschikt moment om het over de Montgomery Bus Boycott in Amerika te hebben?

Wat men in het Engels ‘white privilige’ noemt, doet ongetwijfeld anders vermoeden maar ook de trans-Atlantische slavenhandel verdient absoluut een prominente plek in het collectief, historisch besef van Nederland. Volgens Rutte en de groep toeschouwers die zijn door gemak aangevreten toespraak met een applaus beloonden horen de misdaden van Nederland echter thuis in het rijtje van “sweat shops in Mexico en natuurlijk de Oost-Europese en andere vrouwen die het slachtoffer worden van gewetenloze mensenhandelaren en die gedwongen in de prostitutie belanden.”* Want dat is hoe onrecht tegen zwarte mensen hier veelal gemeten wordt: in relatie tot en bij voorkeur verzacht door een rits aan andere daden en daders.

In zijn als speech gemaskeerde schouderophaling roept Rutte plichtsmatig op tot het voorkomen van een wij/zij-gevoel. “Maar als historicus van huis uit ben ik me er tegelijkertijd zeer van bewust dat de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven geschreven kan worden en te vaak hebben mensen het verleden gebruikt als grabbelton om hun eigen gelijk te halen en daarin schuilt het gevaar van ‘wij/zij’ denken. En in de val van dat ‘wij/zij’-denken mogen wij nooit meer trappen,”* stelt hij. Moeten we dit wij/zij-gevoel ook laten varen wanneer in onderzoeksresultaten en nieuwsberichten vrijwel constant onderscheid wordt gemaakt tussen allochtonen en autochtonen? Springt Rutte zelf op de bres wanneer een aantal van zijn collega’s er weer eens een dagtaak aan hebben om verdeeldheid te zaaien? Of is ‘ons’ alleen gewenst wanneer we ‘onszelf’ proberen te ontzien? Gedeelde smart is alleen halve smart wanneer we zowel de pijn als de verantwoordelijkheid eerlijk verdelen. In de laatste minuut van zijn zichzelf voortslepende toespraak vertelt Rutte dat hij hier niet is gekomen met een cadeautje voor het Ninsee. Het kost hem minder dan een minuut om zijn eigen advies in de wind te smijten. Want waarom ziet hij het toekennen van een subsidie als een cadeautje voor het Ninsee en niet als een traktatie voor het collectief, historisch besef van Nederland?

Rutte weet het zelf eigenlijk ook niet en laten we wel wezen… we verwachten niets van hem. Dat mag ook niet: toen hij uitgenodigd werd om te spreken tijdens Keti Koti vertelde hij de betrokken organisaties dat hij er alleen bij zou zijn als het Nederlands elftal niet in de finale van het EK zou staan. En zo is ‘onze’ Mark… betrokken wanneer er niets anders te doen is en zieltjeswinnend wanneer ‘we’ verloren hebben. Zijn prioriteitenlijstje is in ieder geval een stuk transparanter dan zijn politieke agenda en te midden van alle verkiezingscampagnes is dat bijzonder waardevol. Of denken we dat het 150-jarig jubileum van de afschaffing van de door Nederland uitgevoerde slavernij los staat van de komende Tweede Kamerverkiezingen?

* citaten uit Rutte’s Keti Koti-speech

A tribe called questionable #5

De simpelheid van onze generaliseringen is vaak een gedetailleerdere illustratie van ons intellect dan we hardop toe willen geven. In tegenstelling tot de politiek correcte analyses die we in bijzijn van De Ander graag bevestigen danwel ontkrachten, zijn het onze samenvattingen van nieuwsfeiten die pas echt laten zien waar en naast wie we staan. Ja, de afgelopen 24 uur is er drie keer geschoten in Amsterdam Zuidoost. Ja, Zuidoost is het Afro-Caraïbische en Afrikaanse hart van Amsterdam. Het geweld in de Bijlmer is echter net zo min een probleem van zwarte mannen als dat kindermisbruik en zedenzaken een probleem zijn van witte mannen. In beide gevallen is het niet de realiteit maar de som van verwachtingen en verrassingen die bepaalt wie Solo en wie Symbool is.

Wat De Bijlmer absoluut niet ten goede komt, is het feit dat sommige heren maar niet lijken te willen ontwaken uit hun gangsterdroom. Voor hen is een foto van iemand die bloedend op straat ligt niet meer dan een prent bij een sprookje zonder helden. We kunnen het ze bijna niet kwalijk nemen: de Twitteraars hebben deze jongens wat betreft de ruigheid van De Wijk veel te lang alleen  op hun woord moeten geloven dus het bewijs dat we hier qua actie absoluut niet onderdoen voor een Bronx, Brixton of Baltimore kon niet onaangeroerd blijven. Want eerlijk… wat is nou moro gangster dan met een smartphone boven een in zijn eigen bloed liggende kerel te hangen? The Wire heeft niets op ons.

De 15 minuten waar Andy Warhol het over had, lijken inmiddels wel 15 jaren. Wil je echt indruk maken? Schiet dan een foto van de stapel huiswerk die je net hebt nagekeken, de boeken die je leest, de akte van het pand dat je net hebt gekocht, het ondernemingsplan of script dat je schrijft of een ander bewijs van jouw bijdrage aan de Bijlmer. Laat ons jullie cv retweeten! En bespaar ons die “Fok dat… wij zijn G’s, G!”-achtige nonsense want de Frank Lucassen van de wereld laten hun verhalen niet door blauwe vogeltjes zingen. Zonen van Zuidoost wiens triomfen samenhangen met de tragedies van de wijk zijn geen ballers maar ballenjongens, boys in te kleine bermuda’s die hopen dat iemand een fout maakt omdat ze dan pas mogen rennen.

Waren de ramptoeristen en die paar lamlendige locals ook zo druk met het verspreiden van de foto’s van Bryan Bijlhout’s huldiging? Wat deden zij toen de Bijlmer zich zaterdag 24 maart massaal op het Anton de Komplein verzamelde voor een hiep, hiep, hiep en een hoereee? Wellicht wisten ze dat er bij die beelden geen ruimte voor hen was en wat je niet kunt dragen, laat je stuk vallen. Hopelijk hoeven de aasgieren nooit mee te maken dat hun zonen, vaders, buurjongens of neven het slachtoffer worden van de stereotypes die zij met zoveel overgave in stand houden. Scherven brengen immers alleen geluk als ze je niet snijden.