Category Archives: Dutch pieces
De witte bladzijdes in de Zwarte geschiedenis
– Waar een klein land klein in is gebleven #3 –
“We vinden het een eer dat hij hier aanwezig is…” De andere sprekers konden zijn aanwezigheid niet genoeg prijzen. Ik ben een voorstander van eerlijkheid maar dit kan maar beter gelogen zijn want de enige plek waar deze man nog eervol ontvangen mag worden is in een slecht onderhouden studentenkroeg. Maar hij was er hoor… tijdens de Keti Koti-viering van 2012 hield demissionair premier Mark Rutte een toespraak. Rutte, bekend van zijn politieke omarming van niet-Westerse culturen, had het voorrecht om de eerste krans bij het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark te leggen.
Uit zijn toespraak was het niet af te leiden maar laat één ding heel duidelijk zijn: Keti Koti staat in het teken van de afschaffing van het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel. De jaarlijkse, internationale 1 juli-herdenkingen herinneren ons aan de dag waarop de Nederlandse regering officieel een einde maakte aan de mensonterende gruwelijkheden die ze in haar Caraïbische koloniën uitvoerde. Deze door bloed, littekens en dood ontsierde witte bladzijdes in de Afro-Caraïbische en Nederlandse geschiedenis hebben het recht om op zichzelf te staan en in alle eerlijkheid besproken te worden. Want laten we wel wezen… welke Nederlander verwijst tijdens gesprekken over de holocaust naar de genocide in Rwanda? Welke hoogwaardigheidsbekleder heeft het tijdens de Bevrijdingsdagfestiviteiten over de Nederlandse koloniën die op 5 mei 1945 verre van vrij waren? Is de herdenking van de Februaristaking een geschikt moment om het over de Montgomery Bus Boycott in Amerika te hebben?
Wat men in het Engels ‘white privilige’ noemt, doet ongetwijfeld anders vermoeden maar ook de trans-Atlantische slavenhandel verdient absoluut een prominente plek in het collectief, historisch besef van Nederland. Volgens Rutte en de groep toeschouwers die zijn door gemak aangevreten toespraak met een applaus beloonden horen de misdaden van Nederland echter thuis in het rijtje van “sweat shops in Mexico en natuurlijk de Oost-Europese en andere vrouwen die het slachtoffer worden van gewetenloze mensenhandelaren en die gedwongen in de prostitutie belanden.”* Want dat is hoe onrecht tegen zwarte mensen hier veelal gemeten wordt: in relatie tot en bij voorkeur verzacht door een rits aan andere daden en daders.
In zijn als speech gemaskeerde schouderophaling roept Rutte plichtsmatig op tot het voorkomen van een wij/zij-gevoel. “Maar als historicus van huis uit ben ik me er tegelijkertijd zeer van bewust dat de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven geschreven kan worden en te vaak hebben mensen het verleden gebruikt als grabbelton om hun eigen gelijk te halen en daarin schuilt het gevaar van ‘wij/zij’ denken. En in de val van dat ‘wij/zij’-denken mogen wij nooit meer trappen,”* stelt hij. Moeten we dit wij/zij-gevoel ook laten varen wanneer in onderzoeksresultaten en nieuwsberichten vrijwel constant onderscheid wordt gemaakt tussen allochtonen en autochtonen? Springt Rutte zelf op de bres wanneer een aantal van zijn collega’s er weer eens een dagtaak aan hebben om verdeeldheid te zaaien? Of is ‘ons’ alleen gewenst wanneer we ‘onszelf’ proberen te ontzien? Gedeelde smart is alleen halve smart wanneer we zowel de pijn als de verantwoordelijkheid eerlijk verdelen. In de laatste minuut van zijn zichzelf voortslepende toespraak vertelt Rutte dat hij hier niet is gekomen met een cadeautje voor het Ninsee. Het kost hem minder dan een minuut om zijn eigen advies in de wind te smijten. Want waarom ziet hij het toekennen van een subsidie als een cadeautje voor het Ninsee en niet als een traktatie voor het collectief, historisch besef van Nederland?
Rutte weet het zelf eigenlijk ook niet en laten we wel wezen… we verwachten niets van hem. Dat mag ook niet: toen hij uitgenodigd werd om te spreken tijdens Keti Koti vertelde hij de betrokken organisaties dat hij er alleen bij zou zijn als het Nederlands elftal niet in de finale van het EK zou staan. En zo is ‘onze’ Mark… betrokken wanneer er niets anders te doen is en zieltjeswinnend wanneer ‘we’ verloren hebben. Zijn prioriteitenlijstje is in ieder geval een stuk transparanter dan zijn politieke agenda en te midden van alle verkiezingscampagnes is dat bijzonder waardevol. Of denken we dat het 150-jarig jubileum van de afschaffing van de door Nederland uitgevoerde slavernij los staat van de komende Tweede Kamerverkiezingen?
* citaten uit Rutte’s Keti Koti-speech
A tribe called questionable #5
De simpelheid van onze generaliseringen is vaak een gedetailleerdere illustratie van ons intellect dan we hardop toe willen geven. In tegenstelling tot de politiek correcte analyses die we in bijzijn van De Ander graag bevestigen danwel ontkrachten, zijn het onze samenvattingen van nieuwsfeiten die pas echt laten zien waar en naast wie we staan. Ja, de afgelopen 24 uur is er drie keer geschoten in Amsterdam Zuidoost. Ja, Zuidoost is het Afro-Caraïbische en Afrikaanse hart van Amsterdam. Het geweld in de Bijlmer is echter net zo min een probleem van zwarte mannen als dat kindermisbruik en zedenzaken een probleem zijn van witte mannen. In beide gevallen is het niet de realiteit maar de som van verwachtingen en verrassingen die bepaalt wie Solo en wie Symbool is.
Wat De Bijlmer absoluut niet ten goede komt, is het feit dat sommige heren maar niet lijken te willen ontwaken uit hun gangsterdroom. Voor hen is een foto van iemand die bloedend op straat ligt niet meer dan een prent bij een sprookje zonder helden. We kunnen het ze bijna niet kwalijk nemen: de Twitteraars hebben deze jongens wat betreft de ruigheid van De Wijk veel te lang alleen op hun woord moeten geloven dus het bewijs dat we hier qua actie absoluut niet onderdoen voor een Bronx, Brixton of Baltimore kon niet onaangeroerd blijven. Want eerlijk… wat is nou moro gangster dan met een smartphone boven een in zijn eigen bloed liggende kerel te hangen? The Wire heeft niets op ons.
De 15 minuten waar Andy Warhol het over had, lijken inmiddels wel 15 jaren. Wil je echt indruk maken? Schiet dan een foto van de stapel huiswerk die je net hebt nagekeken, de boeken die je leest, de akte van het pand dat je net hebt gekocht, het ondernemingsplan of script dat je schrijft of een ander bewijs van jouw bijdrage aan de Bijlmer. Laat ons jullie cv retweeten! En bespaar ons die “Fok dat… wij zijn G’s, G!”-achtige nonsense want de Frank Lucassen van de wereld laten hun verhalen niet door blauwe vogeltjes zingen. Zonen van Zuidoost wiens triomfen samenhangen met de tragedies van de wijk zijn geen ballers maar ballenjongens, boys in te kleine bermuda’s die hopen dat iemand een fout maakt omdat ze dan pas mogen rennen.
Waren de ramptoeristen en die paar lamlendige locals ook zo druk met het verspreiden van de foto’s van Bryan Bijlhout’s huldiging? Wat deden zij toen de Bijlmer zich zaterdag 24 maart massaal op het Anton de Komplein verzamelde voor een hiep, hiep, hiep en een hoereee? Wellicht wisten ze dat er bij die beelden geen ruimte voor hen was en wat je niet kunt dragen, laat je stuk vallen. Hopelijk hoeven de aasgieren nooit mee te maken dat hun zonen, vaders, buurjongens of neven het slachtoffer worden van de stereotypes die zij met zoveel overgave in stand houden. Scherven brengen immers alleen geluk als ze je niet snijden.
Nella Priester – Alsof het N!ks is
Doordat een aantal bezoekers dwangmatig kijkt wie het dichtst tegen de muur aan kan staan, lijkt de matig gevulde zaal nog ruimer. “Zuid, West… iedereen is hier om z’n eigen wijk te representen,” nuanceert hij bij wijze van mic check de stiffness van de klimop heads. Ze kunnen niet lang op zijn aandacht rekenen. Vanaf het moment dat de DJ de eerste beat laat horen, bewijst Nella Priester dat hij zowel de herinnering als de belofte meer dan waard is. De MC die zich vlak voor de Hoogtempo-show nog overgaf aan een migraineaanval staat als een huis en zelfs de postcode fanatics gaan mee in zijn mix van skills, charisma en karakter. “Er is nooit eenheid geweest in Rotterdam; ik geloof heilig dat Hoogtempo dat kan bereiken,” vertelt hij later.
Samen met Expresz, Djaggabeats en Yorlenie vormt hij Hoogtempo. Het collectief bracht op 18 november 2011 de eerste N!kstape uit en sindsdien is het concept door verschillende groepen opgepakt. “Een N!kstape komt zeven dagen nadat er aan de eerste beat is begonnen tot stand. Artwork, teksten, mixen… alles gebeurt in hoogtempo. De bedoeling ervan is dat er meer samenwerking tussen artiesten uit verschillende wijken en steden ontstaat. De ‘5314 op Hoogtempo’ is bijvoorbeeld met MC’s uit Rotterdam Zuid maar onze promoter is inmiddels ook naar Groningen gegaan om daar met wat boys te praten. Mensen kunnen zich per mail of via Twitter aanmelden en it’s all good. Kijk, als ik je een neppe rapper vind, zal ik het altijd eerlijk tegen je zeggen maar zelfs dan,” verzekert hij, “zal ik een samenwerking niet boycotten. Het gaat er juist om dat we samen aan iets werken en dat we met meer mensen iets bij kunnen dragen aan de scène. Dat hoor je elkaar te gunnen.”
Zijn motivatie lijkt een product van de broederliefde die Hip hop-Nederland vaak aan Rotterdam toeschrijft. Helaas blijkt het idee van een Philly aan de Maas meer wens dan waarheid. “Ik ben echt trots op m’n stad maar we zijn porie hier: we zijn keihard tegen elkaar en we weten niet wat het is om samen te werken met andere crews. In 2005 was er een flinke hype rondom Heinek’n en Straatsoldaten maar we hebben nooit een track met elkaar opgenomen. En beide acts komen uit dezelfde stad!” benadrukt hij. Voor de nu 30-jarige, als Nelson Santos geboren Nella Priester gold de groep Straatsoldaten als eerste echte kennismaking met de wereld van de Nederlandse Hip hop. “Voordat ik rapte, ging ik met m’n gedichten langs allerlei uitgevers. Ze namen het aan maar daarna hoorde ik niets meer van ze. Onder het mom van ‘Nee man, ik moet gehoord worden!’ schreef ik verder en kwam ik in contact met twee vocalisten. We zouden samenwerken, ik gaf ze wat van mijn teksten en ook zij lieten daarna niets meer van zich horen. Dat is uiteindelijk op z’n Rotterdams opgelost. Je komt elkaar toch wel ergens tegen op straat en dan wordt je gelijk aangepakt! In mijn ogen is het aannemen van teksten en ze vervolgens niet terug willen geven ondanks dat je er niets mee doet namelijk indirecte diefstal. Dan vind ik het niet eens belangrijk dat ze er wat aan kunnen verdienen maar zo moet je niet met me omgaan,” maakt hij duidelijk.
“Op een gegeven moment lag ik vanwege een ingeklapte long in het ziekenhuis. Ja man, ik was bijna…” Een keelklank illustreert een minder gunstige afloop. “Maar het is goed gekomen!” lacht hij geruststellend. “Toen ik daar lag, zocht een DJ me op en hij zag me schrijven toen hij mijn kamer binnen kwam. Ik had het over een mogelijke samenwerking, hij zei: ‘Connect me.’ en ook daar kwam niets van. Toen besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik sprak Ballantine en vertelde hem dat ik wilde rappen. Hij nodigde me uit om wat bij hem op te nemen maar toen ik eenmaal begon, zat ik ver naast die beat. Hij had echt geduld met me want als ik nu terugkijk kan ik eerlijk zeggen dat ik echt kaka was! ‘Moss,’ zei hij tegen me, ‘ga naar huis, ga oefenen en holla at ya boy.’ Het werd weer een ‘Connect me!’-verhaal en ik begon m’n vertrouwen erin te verliezen.” Nella luidt de volgende fase van zijn Hip hop-historie in met slechts één naam. “Feis!”
Nella’s blik bulkt van respect. “Feis is nu voornamelijk bekend als MC maar hij is echt een muzikant. Mensen weten niet hoe dope hij is en wat hij op muzikaal gebied allemaal kan maar ik ben he-le-maal onder de indruk van die man. Wij begonnen als Feis en Nella; Eder, die de naam Straatsoldaten bedacht, en Milz kwamen hier later bij. Eder kwam 4 jaar vast te zitten en we besloten met z’n drieeën verder te gaan. Maar muziek bracht geen geld op en ik,” bekent hij lachend, “ging achter geld aan. Ik had een huis en rekeningen die zichzelf niet zouden betalen dus ik moest keuzes maken. Feis en Milz trokken in die tijd veel met U-niq op en ik ging meer mijn eigen weg.”
Op 30 november 2006 vond in de Utrechtse Tivoli een belangrijk weerzien plaats. “Ik wilde graag zien wat ze deden: na de eerste shows in Rotterdam had ik ze niet meer gecheckt. Toen ik ze in Utrecht zag, had ik echt natte ogen. Geen tranen maar je weet toch,” deelt hij met een knipoog. “Ze hadden zichzelf echt ontwikkeld en die show was vreselijk goed. Ik was echt trots op ze. Als ik er nu aan terugdenk, vind ik het jammer dat Feis, die in mijn ogen absoluut de grootste Rotterdamse MC is, nooit de erkenning heeft gekregen die hij verdient.”
Erkenning blijft een probleem binnen de Nederlandse Hip hop en de eeuwige ‘Wat is echte Hip hop?’-discussie heeft ons tot nu toe geen betere balans tussen content en commercie gebracht. En dan is er natuurlijk ook nog het Raadsel van Rotterdam. “Als je vraagt waar de meeste dope Hip hop in Nederland vandaan komt dan zeggen de meeste mensen ‘Rotterdam!’ Maar wat zie je daar op grotere schaal van terug? Rotterdam wordt vaak achter gehouden.” In een gesprek over de ondergewaardeerde Hip hop-hoofdstad duurt het nooit lang voordat de Grote Prijs de revue passeert. Nella blikt terug naar 2006 want voor de finales van 1duidig, UnknownEye en Adison was daar de avond van GMB. “Serieus,” vlamt Nella, “hoezo heeft hij niet gewonnen? GMB is De Artiest! Een MC als Mr. Probz is te dope maar hij zou de Grote Prijs never gewonnen hebben dus dan moet je jezelf echt afvragen of en waarom je mee zou doen.” Hij heeft erover nagedacht om zichzelf in te schrijven voor de GPNL maar hij denkt het niet. En waarom niet? Qua podiumpresentatie zet hij iets neer wat veel rappers, al is het alleen al wegens gebrek aan woordenschat, niet ter discussie kunnen stellen. Hij is een artiest van het Gift Over Gimmick-kaliber. Zijn veelzijdigheid zal hem ver brengen en, laten we eerlijk zijn, zonder Rotterdamse deelnemers waren er de laatste drie jaar per finale hooguit twee andere Hip hop-finalisten die ons behoedden voor een compleet Asher Roth/Ying Yang Twins-achtige showcase van Holland’s Finest. “Aight,” stemt hij bescheiden toe, “ik waag het erop.”
Maar zover is het nog lang niet. Ondertussen maakt Hoogtempo vlieguren en bouwt Nella Priester aan een platform waarbij Hip hop meer als kunst dan als krabbenton wordt beschouwd. “Ik wil dat het bij een samenwerking meer gaat om de artiesten dan om de wijk of stad waar ze vandaan komen. Ik zou willen dat gasten wanneer ik ze tegenkom eens een keer niet zo agressief kijken alleen maar omdat ze gedisst zijn door boys uit Rotterdam. Ik denk dat een Kempi in Amsterdam bijvoorbeeld wat meer lacht,” grapt hij. “Nederlandse Hip hop mist een hoop maar heeft vooral een tekort aan eenheid. MC’s op goede posities kunnen anderen best wat meer gunnen; programmeurs en bookers horen open te staan voor nieuwe acts. De enige manier om dit af te dwingen is om te zorgen dat mensen niet meer om je heen kunnen en dat is precies wat ik met Hoogtempo wil bereiken. We willen meer zijn dan een crew, we gaan voor een movement van rappers. Zoals bijvoorbeeld Straatremixes. Zoiets… maar dan lauwer!”
Volg @NellaPriester op Twitter om op de hoogte te blijven van zijn releases, de Hoogtempo N!kstapes en zijn inschrijving bij de Grote Prijs van Nederland.
You must be logged in to post a comment.