Author Archives: Zeefuik
K’naan – De Hiphop troubadour
“Ik weet meer van de wapens en crackheads dan dat ik weet van de ‘Hey peace, Brother’-mentaliteit en knippende vingers.”
Hij leerde Engels door fonetisch mee te rappen met teksten als ‘I came in the door/ I said it before’. Inmiddels is de Somalische rapper uitgegroeid tot een gevierde MC en vier jaar na de release van The Dusty Foot Philosopher is hij terug met zijn album Troubadour. “Ik dacht eerst dat Sade en D’Angelo gek waren!” lacht hij. “Ik had nooit gedacht dat ik ook één van die artiesten zou zijn die er zo lang over zouden doen om een tweede studioplaat uit te brengen.”
“Drie van de vier jaar die het duurde om Troubadour uit te brengen was ik op tournee,” verklaart hij de periode tussen de twee albums. “Ik ben een andere persoon dan ik toen was. Als artiest maar vooral ook als mens. Ik ben gezegend met kinderen en als er iets is wat je visie op het leven verandert… Toen The Dusty Foot Philosopher uitkwam was ik nog geen vader en bekeek ik de wereld vanuit een ander perspectief.” Ook taalkundig verschillen de albums van elkaar. “Sommige mensen hielden vooral van het eerste album omdat ik in mijn teksten veel gebruik maakte van vergelijkingen, metaforen en andere stijlfiguren. Ik kreeg veel reacties van mensen die het mooi vonden dat er in mijn teksten qua taal zoveel gebeurde.
‘Het is poëzie met een beat!’ zeiden ze vaak tegen me. Het is lastig uit te leggen aan Westerse luisteraars maar voor mij is het gewoon een voortzetting van de tradities waar ik in Somalië ben opgegroeid. Als ik als kind weer eens veel te laat binnen kwam omdat ik met vriendjes aan het voetballen was, berispte m’n moeder me met een zelfverzonnen gedicht. Dat zou nu misschien een freestyle heten maar ik toen kende ik het als ‘instant poetry’. Het zit heel diep in onze communicatie.” Toch moet ook hij toegeven dat er maar weinig mensen zijn die wakker worden en in dichtvorm hun eerste kop koffie bestellen. “Oke, eerlijk is eerlijk… soms deed ik het om te laten zien dat ik het kon. Op dit album wist ik dat ik het kon en daarom heb ik het bewust niet gedaan. Er is een bepaalde groei voor nodig om te concluderen dat je als artiest niet alles hoeft te zeggen puur en alleen omdat je het kan. Soms schuilt de kunst niet in wat je brengt maar juist in wat je verbergt.”
K’naans hechte vriendschap met de Marley-broers bracht hem naar Kingston. “Ik heb Damian tijdens een concert ontmoet en sindsdien zijn we bevriend,” vertelt hij over de jongste Marley die een gastbijdrage levert op het nummer I Come Prepared. Op uitnodiging van Stephen vertrok hij naar Jamaica; gedurende vier maanden heeft hij in de Tuff Gong studios en in het huis van de muzikale president van het eiland het merendeel van zijn album opgenomen. “Het was een eer om in Bob Marley’s huis aan Troubadour te werken. Ik heb veel tijd met Damian, Stephen en hun familie doorgebracht en ik heb het gevoel alsof ik er een nieuwe familie bij heb.”
Ook Chubb Rock, Adam Levine van Maroon 5, Kirk Hammett van Metallica, Challi 2na en Mos Def zijn op het nieuwe album te horen. Het zijn samenwerkingen die volgens de buskruitfilosoof, zoals hij door Junior Gong genoemd wordt, allemaal zijn ontstaan uit de vriendschappen die hij met ze heeft. “Mos en ik zijn al jaren goed met elkaar bevriend en we hebben meerdere nummers met elkaar opgenomen maar dit is de eerste keer dat we ook echt iets uitbrengen,” vertelt hij over hun nummer America waar ook Challi 2na op te horen is. De verklaring hiervoor wordt gevolgd door een verlegen grijns. “Omdat niet alles voor iedereen is. We nemen best vaak wat op en soms laten we het aan anderen horen. Maar soms ook niet.” Terwijl hij twijfelend in zijn thee roert, schiet hem ineens The Prayer Song mixtape te binnen. “Ja, daar staat wel een nummer van ons op,” vertelt hij voordat hij na de derde poging besluit dat hij toch niet meer precies weet hoe de tekst van het nummer over Libanon gaat. “Maar dat is hoe de samenwerkingen van het album tot stand zijn gekomen,” vervolgt hij terug grijpend naar het begin van zijn antwoord. “Ik ga altijd op zoek naar een natuurlijk moment met iemand. Als ik dat niet voel dan zal dat ook niet de persoon zijn met wie ik een nummer opneem. Wat mij betreft is er in muziek geen sprake van zakelijke uitwisseling. Met geen van de mensen met wie ik op dit album samen heb gewerkt, ben ik op aanraden van het label samengebracht.”
Het succes van zijn vorige album heeft hem naar verschillende landen gebracht. Tijdens zijn tournees viel het hem op dat muziek als taal minder universeel is hij dacht. “Door de staat waarin Somalië nu verkeert, heb ik nog niet de kans gehad om daar op te treden; ik heb wel opgetreden in Kenia, West- en Zuid-Afrika. Het gevoel waarmee ze mijn muziek daar beleven is compleet anders dan in Europa en Noord-Amerika. In Afrika en Latijns Amerika hoeft er in tegenstelling tot in Europa en Noord-Amerika niet eerst een historische context aan mijn muziek gekoppeld te worden. Ik kan een geweldig nummer uitbrengen wat maar half begrepen wordt omdat de mensen daar de historische betekenis ervan niet snappen. Ze waarderen een mooi nummer en dat is natuurlijk waardevol. Ze horen de muziek, luisteren naar de teksten en kunnen het zelfs waarderen als goede kunst; ze zullen het geheel nooit helemaal begrijpen. De verschillende melodieuze niveaus die kenmerkend zijn voor het erfgoed van mij en mensen zoals ik zullen niet compleet worden opgepikt. Het is iets dat ze niet kennen. Ze vinden het mooi klinken maar ze zullen het nooit beleven zoals iemand uit Oost-Afrika dat bijvoorbeeld zou doen. Het verschil waarop je jezelf en het werk dat je presenteert in die twee werelden blijft groot.”
Van alle Afrikaanse titels voor dichters en andere vertellers heeft hij echter toch gekozen om zijn album te vernoemen naar een middeleeuwse groep Europese woordkunstenaars. “Ik heb het album Troubadour genoemd omdat ik weet waar ik vandaan kom en wie ik ben. Ik wil dat de titel van het album laat zien dat ik aan niets toebehoor. Ik kom ergens vandaan maar ik ben van niemand. Ik kan ergens van houden zonder dat ik het gevoel heb dat het me beperkt. Bovendien is de titel een voortzetting van The Dusty Foot Philosopher: het gaat om de beweging van het geluid. Een troubadour is iemand die uitvindt en samenstelt en dat is precies zoals hoe ik me voel,” verklaart de dichter wiens naam in het Somalisch ‘reiziger’ betekent.
De rapper is zich bewust van de bestaande indelingsdrang en hij weet ook dat er in de rij ‘conscious artiesten’ een stoel voor hem gereserveerd is; hij kan naar eigen zeggen weinig mee. “Ik laat gewoon zien dat ik trots ben op waar ik vandaan kom,” meldt de mc die zijn album opent met de track TIA (This Is Africa) waarin hij zijn beleving van het continent beschrijft. Dat hij trots is op zijn roots, de muziek en woordkunst zoals die daar beleefd wordt, blijkt onder andere uit zijn rapteksten en uitlatingen in de vele interviews die er met hem te vinden zijn. Volgens hem kan deze trots prima naast zijn veelvuldige gebruik van het woord ‘nigga’ bestaan. “Ik kan geen verantwoording afleggen voor de categorie waar mensen me in plaatsen omdat ik simpelweg niet heb gekozen voor dat kader. In geen van mijn teksten of interviews heb ik mezelf betiteld als ‘conscious rapper’en ik heb ook niet het gevoel dat ik moet spreken of rappen op een bepaalde manier omdat mensen dat van me verwachten. Het zegt iets over wie zij zijn en niet wie ik ben. Bovendien hebben de rest van de artiesten die ze dit label opplakken niet dezelfde achtergrond als ik. Als we puur en alleen naar de ervaringen van verschillende artiesten kijken, heb ik meer met een rapper als 50 Cent dan met een zogenaamd bewustere artiest. 50 komt van een plek waar ik ook vandaan kom en dat is de strijd, de ghetto. Zowel in Afrika als in Noord-Amerika heb ik in dat soort wijken gewoond. Ik weet meer van de wapens en crackheads dan dat ik weet van de ‘Hey peace, Brother’-mentaliteit en knippende vingers.”
De als Kanaan Warsame geboren rapper bracht het merendeel van zijn jeugd door in de hoofdstad van wat hij “het land der dichters” noemt. Mogadishu is de plek waar hij als kind van een artistieke en intellectuele familie opgroeit tussen dichters, muzikanten en critici. Maar het is ook de plek waar hij van dichtbij meemaakt hoe een burgeroorlog een land verscheurt. Deze verstrengeling van schoonheid en schade zijn de terugkerende thema’s in zijn werk. Behalve met zijn muziek brengt hij de misstanden in zijn vaderland door middel van zelfgeschreven artikelen onder de aandacht. “Ik heb stukken geschreven voor The Huffington Post, verschillende tijdschriften en zelfs de Italiaanse Vogue waarvan mensen misschien niet direct zouden verwachten dat zij er aandacht aan zouden besteden.” Het artikel in het modeblad was een stuk over kleuren. “Ik beschreef het verschil tussen de kleuren die je ziet als je van iets houdt en dat wat je ziet als je ergens totaal geen liefde voor voelt. Als ik denk aan Somalië denk ik aan een saffier kleurige lucht en rode aarde op een zwarte huid. Toen ik in Noord-Amerika aankwam en ik in de kranten de verschillende foto’s van Somalië zag, zag ik bijvoorbeeld alleen maar grijstinten, grauwe beelden en de kleuren van lelijkheid.
Ik doe het als ik het gevoel heb dat er iets ontbreekt,” vertelt hij over zijn optredens in de media waarmee hij zich bijvoorbeeld uitlaat over de piraterij voor de Somalische kust. “Soms wacht ik totdat iemand het gat vult maar als op dat moment niemand het doet dan neem ik daar mijn verantwoordelijkheid in. Ik praat niet over de piraten omdat ik het spannend vind maar omdat het gedaan moet worden.” Behalve deze artikelen werkt hij ook aan een aantal filmscripts en een boek. “Ik ben door een aantal uitgevers benaderd om een autobiografie te schrijven en ik ben hier al aan begonnen. De manier waarop ik schrijf is niet de standaard manier waarop iemand over zichzelf zou schrijven. Het is een combinatie van fictie en dromen in plaats van de ‘Hoi, dit gebeurde er op die ene dag’-vorm. Ik schrijf het op de manier zoals ik de wereld zie en dat,” besluit hij, “is veel mooier dan de feiten van de wereld.”
Godz Wrath: Van toorn naar troon
(13 februari 2009)
Het doek leek even gevallen maar een paar momenten later is Supercharger Records dan echt weer terug. Met de nieuwe mixtape Fingerprintz of the Gods en All The World’s a Stage van Jordan River Banks worden de gordijnen door Godz Wrath gelukkig weer met een ruk opzij getrokken.
De samenstelling van het productieteam zoals dit we dit aan het begin van The Campaign hebben leren kennen is iets gewijzigd. “Hij is onze honorary member,” merkt Jordan River Banks op bij het vragen naar Dirty Needlez, de man met wie hij samen The Campaign heeft gemixt en die onder andere verantwoordelijk is voor de tracks Do Wrong en The Plot Thickens. Twann Rijven en Ciph Barker vallen hem bij in zijn eerbetuigingen en het is duidelijk dat ze een familie zijn. Een orde van gelijkgestemden waarbij het vertrouwen in Hip hop kruipt waar het niet gaan. Met de toetreding van Ciph blijft het productieteam een triniteit. Tijdens het interview schittert het derde Godz Wrath-lid M.O.D. the Black Marvel in afwezigheid maar glinstert hij op de T-shirts van de Barker en Banks. “Zo staat hij toch op de foto,” wordt er gelachen.
“We zijn begonnen met Jordan River Banks, M.O.D. en Dirty Needlez,” vertelt Twann, die destijds de heren bij elkaar bracht. “Ciph is er later bij gekomen. Op het moment dat Godz Wrath samen kwam, was hij nog niet zo bezig met beats en produceren,” vertelt hij over de MC met een stem die raspig genoeg is om er bevroren cassave mee te bewerken. “Toen hij naar buiten kwam met zijn producties, wisten we dat we hem erbij moesten hebben.” Ondertussen heeft de jongste van het stel meermaals bewezen een waardig lid van het team te zijn. “Hij heeft bijvoorbeeld ook twee tracks op het album van Killah Priest gedaan. Stand Still met Immortal Technique en Osiris Eyes,” vertelt Twann trots.
In de tussentijd is niet alleen de bemanning van het auditieve stoomschip veranderd. “We zaten eerst veel dieper in dat illuminatie-ding,” legt Ciph uit. “De wereld achter de wereld van de wereld.” Niet zozeer de informatie maar de verwerking ervan is in de tussentijd veranderd. “Een paar jaar geleden liepen we er echt tegenaan te boksen,” verklaart Barker. “We zaten er al een paar jaar in en we wisten hoe fucked up dingen waren. We zijn ook allemaal opgroeiende boys. In de tijd van tracks die je op The Campaign en op Zoominati hoort, kwamen we net achter dingen. Je bent boos, je weet dat dingen niet werken zoals ze zouden moeten werken en jouw denkbeelden passen niet in de plaatjes waarin ze horen te passen. Ja, en waar zet iemand zich dan tegen af wanneer je erachter komt dat er iets achter zit?” De kennis zoals die op voorgaande albums te horen was, heeft haar macht nog niet verloren. “Ik geloof nog steeds dat het er is maar in wat voor vorm is een beetje veranderd.” Soms is een gedachtegang makkelijker te wijzigen dan een tracklist; in tegenstelling tot de gespreksstof van de heren is op de mixtapes het oudere gedachtegoed nog sterk vertegenwoordigd.
Met de solide mix van creativiteit, contacten en zakelijk inzicht leek niets de opmars van het onafhankelijke label in de weg te staan. Toch was er een moment waarop inzet niet genoeg leek te zijn. Dat motivatie geen wondermiddel is tegen het ontstaan van ruisende interludes hebben de heren helaas aan den lijve ondervonden. “Op een gegeven moment is Supercharger ingestort. Niemand kon de energie er meer voor opbrengen en de motivatie was weg.” Volgens Twann kwam de inzinking na de deelname aan de Grote Prijs-finale van 2005. “We hadden een jaar heel lang heel hard gewerkt en we traden veel op. Na de Grote Prijs viel het stil. We werden niet meer geboekt voor shows en dingen die naar buiten moesten komen, kwamen niet. Het is een combinatie van een boel verschillende dingen,” realiseert hij zich. “Behalve met de CD van M.O.D. waren we ook in Amerika bezig om daar te werken aan verschillende projecten. Dat proces was veel moeizamer dan we hadden gedacht.” Frustratie en desillusie trapten als te zware schoenzolen op de rem. “Ook is de hele muziekindustrie ingestort,” vervolgt Twann. “Je probeert iets op te bouwen maar hoe harder je werkt, hoe slechter het gaat met de CD-verkoop. In het begin kregen we een paar duizend euro voor een beat en later een paar honderd dollar. Verschillende aspecten hebben de vaart uit de beweging gehaald. We zaten op de rails en op een gegeven moment ontspoorde het.” “De muziek van Supercharger is helemaal niet negatief bedoeld,” legt Ciph uit, “Onze shit is ontlading. Als het agressief overkomt dan is het een ontlading van een bepaalde stress. Ook al spreekt het je aan op wat kaka is in de wereld dan is het niet de bedoeling om mensen daarin mee te trekken. Het is juist de bedoeling van ‘Voel je woede in de beat, laat het eruit zoals hoe ook wij het eruit op deze beat.’”
De terugkeer met een andere sound geeft volgens Twann niets meer dan een logische ontwikkeling aan: “Het is niet zo dat het nu ineens commerciële shit is. Het is nog steeds Supercharger. Het is nog steeds Godz Wrath. Alleen de energie is positiever. We willen niet meer de wereld veroveren, we willen gewoon dope muziek maken. Fuck al die hokjes!” “Je kunt die shit niet je dagelijks leven laten opfokken. Je leeft nog steeds in een wereld die mensen voor je maken en,” vult Barker aan, “daar moet je in functioneren. Daarbuiten kun je nog steeds een besef hebben van wat er gebeurt. In plaats van ons op onze eigen spiritualiteit te focussen, hielden we ons daar teveel mee bezig. We willen ons nu concentreren op de mooiere dingen. Muziek is energie waar je mensen direct mee raakt. Ik vind niet dat we negatieve muziek hebben gemaakt ondanks dat veel mensen dat wel zo hebben opgepakt. Ik spreek voor Banks, MOD en Needlez als ik zeg dat we emotie in ons ding zetten. Muziek is een verhaal dat aan iemand verteld wordt zonder dat er een rap overheen hoeft. Dat verhaal is voor iedereen anders. Muziek wekt emoties op en iedereen heeft daar nieuwe dingen bij. Daar moeten we rekening mee houden en dat is iets wat we een tijdje niet gedaan hebben.” “De mixtape is de eerste stap om weer verder te gaan,” voegt Banks, die zich er bewust van is dat de verandering nu nog niet even hoorbaar als voelbaar is, toe.
De naar het boek van Graham Hancock vernoemde mixtape geldt als een muzikale samenvatting van de nummers waarvan de beats op naam van Supercharger staan. “Fingerprintz komt online en,” legt Twann uit, “is een overzicht van wat we gedaan hebben. Een introductie voor mensen die ons niet kennen en een overzicht van wat we gedaan hebben voor de mensen die al bekend zijn met ons werk. Ik denk dat er tegenwoordig niet meer zo vaak in de CD-boekjes gedoken wordt. Het is heel moeilijk om voor een paar tracks erkenning te krijgen. Mensen luisteren een nummer en denken: ‘Dope track!’ maar ze weten niet precies wie daar verantwoordelijk voor is. Vooral wat betreft onze internationale producties liggen de reacties vaak in het verlengde van: ‘Huh, hebben zij al dat gedaan?’”
Tegelijkertijd met de Fingerprintz wordt All The World’s a Stage uitgebracht. “Ze waren allebei af en het moest eruit,” vertelt Twann. “Fingerprintz komt digitaal online. Dat van Banks is meer een blik in zijn wereld, een exclusief album dat we in beperkte oplage gaan verspreiden.” Behalve alle heren van het Supercharger team treden ook Concrete, Adison en Killah Priest tijdens de avond op. De twee releases zijn een simultane viering van een eind en een begin. “Ik moest voor mijzelf een hoofdstuk afsluiten,” vertelt Jordan River Banks. “Mijn mindstate is behoorlijk veranderd in de laatste jaren; ik wil nieuwe wegen verkennen. Dit kon voor mij niet zonder afronding van de vorige periode. Fingerprintz was daarnaast al af op het moment dat ik aan mijn tape begon en er lagen nog tracks genoeg. Het was in eerste instantie niet gepland om tegelijk te droppen,” voegt hij toe, “maar dit was een mooie gelegenheid om de ‘doorstart’ van Supercharger in te luiden met een dubbele release.” Het klopte en dat is precies iets wat hem kenmerkt.
Banks is de maestro der toepasselijkheden. Hij plaatst samples met het gemak van iemand die niet op zoek gaat naar iets tofs maar die zich simpelweg herinnert waar hij het heeft liggen. De man doet denken aan een wandelend zen-moment met een rust die euforie doet lijken op logica. All The World’s A Stage opent met zijn bewerking van de oude negro spiritual Stand Still Jordan en vloeit vervolgens over in een mix van rap tracks en instrumentals, beloftes en reminders. Op het album hoor je bijdragen van MOD, Ciph Barker, Killah Priest, Shabazz, Hell Razah, Thun en Ty (TNT), SOS. “Mijn fam,” zoals hij ze beschrijft, “de gasten met wie ik kan bouwen en die mij inspireren.” Het nationale deel van dit gezelschap komt samen in The Guantanamo Cyclus, een nummer waarin Banks weer eens laat horen dat timing en tempo als marionetten onder zijn vingers dansen.
De mixtape is in meerdere opzichten zijn kindje. Ook de opvallende cd-cover is van zijn hand.
“Het is from atoms to Adams to… Alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden,” legt hij het design van de hoes uit. “Van het meest kleine tot het allergrootste. Welke rol spelen wij daarin?” De ‘I can’t stand still’-outro is een verduidelijking van het feit dat Jordan River Banks nog lang niet richting de coulissen wandelt.
Ook de rest van het Supercharger-team is here to stay. Banks legt de laatste hand aan het nieuwe T-N-T-album Nuttcases & Bunkermazes en werkt samen met Ciph aan het nieuwe album van de MC. “Het is een album met tracks waarvan ik een deel al had geschreven voordat The Campaign uitkwam. Je zult nog best veel van de oude emoties hierin terug horen,” is Ciph de cynische luisteraars voor. Ook wordt er hard gewerkt aan het nieuwe album van Killah Priest. Een nieuwe samenwerking die daaruit ontstaan is, is die met Jay Electronica. “Priest,” verklaart Twann, “is een hele grote invloed voor Jay; Jay is nu heel erg z’n ding aan het doen. Ze hebben afgesproken om veel dingen samen te doen. Toen Priest hier was had hij het erover dat hij hem graag op het album wilde hebben. Ik heb Jay gemaild en hij was erg enthousiast. Zoals we tot in detail hebben kunnen volgen, liggen zijn prioriteiten nu even bij het gezinsleven.” Uit angst om de plannen te jinxen wijdt de in een Rakim-shirt gehulde Rijven nog niet uit over de lijst met de door Killah Priest benaderde legendes. “Hij wil heel veel grote namen op het album zetten en soms klinkt dat te mooi om waar te zijn.”