Author Archives: Zeefuik
Pan Afrikanz – Een nieuwe dag, een nieuw geluid
Ruim drie maanden nadat ze het voorprogramma van Idle Warship rockten, zijn Taziyah en Iyahmin terug in Watt. Woensdag 9 september presenteren de Pan Afrikanz hier hun nieuwe album Brand New Day. Het in eigen beheer uitgebrachte debuut van de Rotterdamse MC’s is na de Preskool Mixtape het tweede wapenfeit op schijf. “We zijn al heel lang bezig maar nu is het moment daar,” klinkt er trots van onder de beige hoed van Iyahmin.
Een samenwerking van 18 jaar is op zich niets om het ochtendnieuws voor te bellen. Behalve natuurlijk als je beide net 30 bent. “Wij gaan echt way back. We zijn allebei echt opgegroeid met muziek; we waren hier altijd al mee bezig. Soms kom ik nog mensen van vroeger tegen die zeggen: ‘Zo, jij was echt altijd met muziek bezig in je kamer!’ Het begon toen ik een jaar of 12 was. Sindsdien ken ik Iyahmin: we zaten bij elkaar op de middelbare school.” “Ik werd door een aantal vrienden van me al gewaarschuwd dat er een andere Hip Hop head op dieschool rondliep,” wenkt deze lachend naar Taziyah.
Intussen zijn ze twee videoclips, diverse optredens in Nederland en Frankrijk maar ook een hoop voorbereidingen verder. “We hebben onze tijd voor het album genomen. Als we het een jaar geleden hadden uitgebracht was dat misschien te vroeg geweest,” verklaart Iyahmin. In de aanloop naar hun nieuwe album hebben ze in de zomer van 2008 de Preskool Mixtape met daarop bijdragen van onder andere Ambassador Junior Lion, INCKS, GMB,
AdiSon en Furlan uitgebracht. Deze laatste drie zijn, in goed gezelschap van Esperanzah en Colonel Red, ook als gastvocalisten te horen op de nieuwe cd. “Dit,” vervolgt hij over hun keuze qua samenwerking, “zijn de mensen met wie we niet alleen muzikaal samen werken maar met wie we ook samen eten, drinken, praten en chillen.” “We zitten sowieso vaak met ze in de studio dus,” legt Taziyah uit, “van het één kwam automatisch het ander. Met uitzondering van fluitist Aischa Love kennen we iedereen niet alleen muzikaal maar ook
persoonlijk heel goed. We hebben voor dit album ook helemaal niet gedacht aan mensen gedacht met wie we normaal gesproken niet veel omgaan. Qua samenwerking zou het dan meer richting een zakelijk proces gaan. Wat ook kan natuurlijk maar,” haalt Iyahmin ontspannen grijnzend zijn schouders op, “daar hadden we nu geen zin in.” Met de verklaring hoe ze dan bij de onbekende fluitist terecht zijn gekomen, bewijst hij echt een kind van deze
tijd te zijn. “Via Myspace; dit is echt het digitale tijdperk,” legt hij lachend uit.
Op de releaseparty presenteren de heren samen met hun band hun nieuwe geluid. Behalve met Concrete a.k.a. TheBlackStarLiner en DJ Th’Acquisition delen de Pan Afrikanz voor de eerste in een serie nieuwe dagen het podium ook met een aantal live muzikanten. Dit in plaats van hun gebruikelijke DJ. “We wilden dit allang al doen maar we deden het stap voor stap. Je moet de mensen ervoor hebben en nu,” gebaart Iyahmin rustig maar trots, “konden
we de juiste mensen op de juiste plek krijgen. GMB heeft daar ook een grote hand in gehad: de helft van onze bandleden zitten bijvoorbeeld ook in zijn band. Vaak zaten we in dezelfde ruimte te oefenen en hoorden we hoe vet het klonk. Bovendien kun je met een band alle kanten op. En we zijn allebei 30; als ik 35 of 40 ben, wil ik echt niet meer met een CD optreden. Misschien is dat cool voor die old school legends,” nuanceert de goedlachse MC, “maar wij willen liever iets anders.” Voorlopig wagen ze zich zelf echter nog niet aan de
snaren en toetsen. “Ik speel vooral microfoon,” grinnikt Iyahmin, “maar als het moet dan kan ik wel richting de percussie schuifelen.”
Met de nieuwe plaat hebben de Pan Afrikanz samen met hun gasten een sterke, 13 tracks tellende aankondiging van een nieuw etmaal neer weten te zetten. Brand New Day klinkt als een roadtrip naar een park waar zich een gratis zomerfestival afspeelt. Het album opent met aDiSon, de Rotterdamse renaissance man die op Dawn of a New Day wat ontspannen klinkende vocalen over jazzy tonen laat rollen. Met het nummer is de toon van relaxedheid
gezet maar wordt de muzikale illustratie van hun teksten nog niet verraden. “We zijn en blijven Hip Hop maar we gaan ook verschillende experimenten niet uit de weg. Het album is een mix van Hip Hop, jazz, reggae, afrobeat en soul,” vertelt Taziyah.
Beide MC’s komen uit gezinnen waar de moeders in huiselijke kring heuse soul DJ’s waren. “Er werd ook veel Somalische muziek bij ons thuis gedraaid maar sinds ik hier in ’84 naartoe gekomen ben, draaide het bij mij vooral om Hip Hop. M’n zus draaide trouwens ook veel Swingbeat,” herinnert Iyahmin zich. “Alle zussen draaiden Swingbeat,” lacht Taziyah, “maar die van mij draaide ook veel meringue en salsa. Behalve soulmuziek draaide m’n moeder ook veel bigi pokoe; in mijn kamer was het ook vooral Hip Hop.” “We zijn echt
van de YO! MTV raps-generatie,” luidt Iyahmin een wandeling door de straat der nostalgie in. “Dan zorgde je dat je thuis was. Eerst kwam je met een videoband en vervolgens,” weet Taziyah nog, “probeerde je dat weer over te tapen op cassettebandje. Villa 65, Dutchmasters… ja, man!”
Sinds die tijd is er een hoop veranderd. “Toen we begonnen als Pan Africans kwamen we met hele andere tracks: onze muzikale invloeden, de beats maar ook de inhoud van de teksten waren anders.” Inmiddels is ook de spelling van hun naam gewijzigd van Africans naar Afrikanz. “Tja, Google hè…” grapt Iyahmin. “Als je zoekt op ‘Pan Africans’,” verklaart hij, “kom je van alles tegen. Van Wikipediapagina’s over Pan-Africanism en teksten vanMarcus Garvey en W.E.B. Du Bois tot verschillende debatten. Wij staan er dan ook wel tussen maar je moet wel echt ‘Hip Hop’ aan je zoekopdracht toevoegen wil je ons goed
kunnen vinden.” Toch zit je, al is de toon inmiddels wat veranderd, met de vorige zoektocht dicht in de buurt van waar de MC’s voor staan. “Eerst gingen onze teksten puur en alleen over de revolutie. We brachten hardcore vuur met alles wat we deden. In die tijd zaten we heel diep in de Rastafaricultuur. Dat waren wij helemaal. Of nou ja, helemaal… wij waren daar dan wel weer die Hip Hop-gasten tussen,” herinnert hij zich.
“Wij zijn veranderd maar dat komt omdat we gegroeid zijn. Als artiesten en als personen; als zonen, als broers maar ook als jonge vaders,” vertelt Taziyah die sinds een aantal maanden ‘papa’ genoemd wordt door een prachtig klein meisje. “Groei,” vervolgt hij, “brengt verandering teweeg. Qua muzieksmaak en teksten heeft het te maken met de verandering van wie waren naar wie we nu zijn. Maar ook de maatschappij verandert: mensen kijken nu anders naar dingen dan dat ze vroeger gewend waren. Informatie is toegankelijker en
mensen weten meer. Misschien gaat het niet zozeer om veranderen maar om het laten zien van de andere kant van jezelf. Wij zijn sowieso veel rustiger terwijl Hip Hop over het algemeen veel meer attitude heeft,” denkt hij terwijl zich wel prima staande weet te houden tijdens zijn ‘stoerdere MC’-impressie. Iyahmin vult hem aan: “Als we 3 of 4 jaar geleden een CD gedropt zouden hebben, dan bestond deze zeker voor 90% uit nummers die minder met
ons persoonlijke leven te maken zouden hebben en juist meer met de dingen om ons heen. Het zou onze visie zijn over verschillende politieke zaken; nu gaat het meer over onze directe omgeving en wat we daarin meemaken. Het is veel persoonlijker.”
Qua teksten met een revolutionaire en sterk politieke insteek lijken verschillende artiesten gaandeweg een trend van gematigdheid in te zetten. Vuisten veranderen in zwaaiende handen en het systeem wordt strategischer gepenetreerd in plaats van briezend gefuckt. “Op een gegeven moment,” redeneert Taziyah, “is het ook niet leuk meer. Je kunt de dingen die je over wilt brengen heel direct en heel rechttoe zeggen maar met die inhoud kun je
natuurlijk ook wat creatiever zijn. Je kunt met één boodschap zoveel verschillende kanten op. Als je de hele tijd heel direct bent, krijgen mensen als het ware ook bakstenen naar hun hoofd gegooid. Als je dat weet dan moet je voor jezelf nagaan wat je met een bepaalde tekst wilt bereiken. Iedereen moet naar onze muziek kunnen luisteren. Als ik het voor m’n moeder draai dan moet zij er van kunnen genieten en kunnen meezingen. Laatst liet ik een
nummer van ons aan m’n nicht horen; zij SMSte later me om te zeggen hoe mooi ze het vond. Dat is nice: zij is 40 en zit, alleen al qua generatie op een ander level dan ons. Aan het einde van de dag vinden we dat wat we laten horen wel universeel moet blijven.”
“Je hoeft niet lang te gokken om te weten waar onze teksten over gaan maar we weten natuurlijk ook wel dat we in Nederland wonen. We staan hier ook weleens in een zaal met maar 3 of 4 zwarte mensen en dan wil je een show niet alleen vullen met nummers die over ons gaan. Wat heb je daaraan als je daar de rest van de zaal mee overslaat? We hebben die doelgroep al en daar zijn we trots op. In het begin hadden we één specifieke groep die onze muziek tof vond; tekstueel werd toen vaak de vergelijking met Dead Prez getrokken. De
enige manier waarop je ons in een hoekje kunt stoppen is door onze naam. Kijk, aan de ene kant zijn we heel politiek bewust maar aan de andere kant kiezen we er ook voor om voor zoveel mogelijk mensen herkenbaar te zijn. En als dat niet zo is,” grijnst hij, “dan blijven we sowieso rocken voor de mensen die wel weten waar we het over hebben.”
“We zijn pan-Africans, we zijn geen pan-Europeans; qua invalshoek zegt dat eigenlijk al genoeg. Wanneer je met mensen met een andere achtergrond praat, merk je vaak dat er verschillende vibes zijn. Iemands achtergrond heeft te maken hebben met het land waar je vandaan komt, met de muziek die hij of zij luistert, met een politieke stroming waar iemand zich mee associeert, waar die persoon woont en ga zo maar door. Als je weet wie je bent, hoef je dat niet per se nog eens te benadrukken in je muziek. Op een gegeven moment ben je gewoon een Pan-African die muziek maakt dus de muziek die uit je komt, is
sowieso al Pan-African music. Dat moet geen struggle zijn in mijn ogen. Maar laat mensen maar graven en nieuwsgierig zijn. Je kan natuurlijk keer op keer benadrukken wie je bent maar, concludeert Taziyah, “je kan ook gewoon jezelf zijn en jezelf door de luisteraars laten ontdekken.”
Marry Marv – Nooit te laat
Door hun finaleoptreden, visie, vastberadenheid, productietempo en allround dopeness ontstijgt 1duidig de jaarlijkse ‘GPNL vs. Echte Hip hop’-discussie al snel. Terwijl enkele bankzitters nog hopen dat men tijdens de finaletirade ook hun bestaansrecht retweet, gaat de Rotterdamse Hip hop-formatie over tot de orde van dag en Marry Marv ontpopt zich als ware Twitter Tsaar. Tijdens het bedenken en bouwen ontvouwt hij samen met Clinton Dompig strategisch het stappenplan en maakt hij onder andere aan de hand van zijn track Jeugdsentiment met PSL_Persoonlijk duidelijk welke richting hij op wandelt. “We moeten ons in 2012 laten gelden. Echt laten gelden!” benadrukt hij.
Tijdens de GPNL-finale special van Hot O Twenty’s Hip hop-programma Radio Raheem gaf Marv aan dat het van het wel of niet winnen van de Grote Prijs af zou hangen welk album, zijn solodebuut of de 1duidigplaat, het eerst uitgebracht zou worden. Bij winst zou de focus absoluut op 1duidig liggen, in het andere geval zou de tijd het uitwijzen. Tijdens de Hip hop-finale gaf 1duidig een show waarvan de herinnering het absoluut verdient om de kritiek over het geluid te overleven. Hoewel het “Jullie zijn Hip hop!”-citaat van de jury iets anders deed vermoeden, verliet Rotterdam ook deze arena bekerloos. Wetende dat er een verschil is tussen prijs en waarde, snapten de mannen dat er werk aan de winkel was. Inmiddels is Marry Marv’s soloplaat Het is nooit te laat zo goed als af. “Het is altijd mijn ambitie geweest om, naast wat we doen met 1duidig, een eigen album uit te brengen. Toen we begonnen, zeiden we ook: ‘We doen dit samen tot een bepaald punt en op den duur gaan we soloprojecten maken.’ Ik wil echt zeggen wat ik op mijn lever heb en dat gaat moeilijk binnen 1duidig. Nou ja,” nuanceert hij, “moeilijk klinkt ook weer te zwaar… Je maakt samen muziek en je hebt een beperkt aantal verses waar je toch zoveel mogelijk in wilt zeggen; hierbij heb je rekening te houden met degene met wie je rapt. Ik kan bijvoorbeeld niet all out gaan over mijn moeder of mijn verleden want dan heeft het geen samenhang met Clinton’s verhaal. Qua lyrics wordt het echt heel wat anders dan wat ik met 1duidig presenteer. Het is gewoon me, man,” vat hij samen. “Van de hoes tot de scratches is het totally Marv. Bij 1duidig ben ik echt een onderdeel van de groep maar zelfs in een collectief zie je dat er verschillende persoonlijkheden zijn. Of je nu kijkt naar Clinton, onze producer Stacey Grind, DJ Ventbeats of naar mij… we zijn allemaal heel verschillend en ik denk dat mijn persoon het beste tot recht komt op mijn soloplaat. En dat,” verzekert hij nadrukkelijk, “is ab-so-luut niets ten nadele van 1duidig!”
De talentvolle MC, die overigens als één van de weinige 2012-finalisten het verschil tussen een freestyle en een acapella versie van een oude verse snapt, maakt duidelijk dat zijn soloplan niet aan de rem van toekomstige 1duidigprojecten trekt. “Persoonlijk heb ik zelfs liever dat mijn album iets minder succesvol wordt dan het 1duidig-album. We zijn nu dan ook aan het kijken hoe we het zo aan kunnen pakken dat het 1duidig-album de plek krijgt die het verdient. Toevallig had ik het er met Clinton over; ik wil dat de release van mijn plaat samenvalt met het uitkomen van het 1duidig-album. Wanneer dat klaar is, weten we nog niet precies maar de eerste track van ons nieuwe project is af en die is echt tranga! De andere nummers zullen we daar omheen bouwen; we gaan het zien. Wat in ieder geval zeker is, is dat we de nieuwe stappen samen zetten. We gaan geen aparte show aanbieden en mensen kunnen ons ook niet apart boeken: ik ga absoluut niet met 1duidig concurreren. Bovendien denk ik juist dat het tof en vernieuwend is als we één pakket vormen.”
Voor zijn veertien tracks tellende album is Marv verschillende samenwerkingen aangegaan maar veel wil hij nog niet kwijt over de featurings. “Wat ik wel wil zeggen… is dat het er genoeg zijn,” lacht hij. “Voor een solo-album zijn het best veel collabo’s maar dat heb ik bewust gedaan: ik zie er de charme wel van in om veel featurings te doen en om iedereen in jouw stijl mee te sleuren. Vooral wanneer je hoort hoe al die verschillende personen daar dan mee omgaan en wat ze ervan maken. En ja, het zijn er veel,” glimt hij geheimzinnig. Zijn gezicht is verre van een pokerface en de pretoogjes nodigen uit tot aandringen. “Wat wil ik nog meer vrijgeven behalve mijn samenwerking met Le Professeur…” Ook de naam van DJ Unda, de Zwitserse DJ en beatmaker die ook terug is te horen op tracks van Hip hop songstress Elise Dinfena, wordt genoemd. De vraag of hij alle namen die hij nog niet kwijt wilt, zou willen compenseren met het noemen van één featuring die we niet zouden verwachten wordt beantwoord met een twijfelend geluid. “Mike Tibbert van VSOP,” sluit hij de deal.” Het shock-effect blijft uit. “Een samenwerking met Mike lijkt inderdaad niet heel verrassend maar hij komt met iets wat mensen totaal niet aan zullen zien komen. Er is een track die heel bijzonder voor me is en hij maakt ‘m af op een manier die je echt niet zou verwachten.” Iets wat misschien ook niet een ieder verwacht, is dat ook Het is nooit te laat een ROTTZ-sticker krijgt. “Hoe het er nu voor staat wel, ja; ik zou niet weten waarom ik het niet onder ROTTZ uit zou brengen.” De kritiek die de mannen achter het Rotterdamse label over zich heen kregen omdat ze tijdens de Hip hop-finale schitterden in afwezigheid heeft zijn relatie met ROTTZ niet beïnvloed. “Dat ROTTZ niet bij de finale was, verandert helemaal niets: wij weten waarom ze er niet waren. Ik snap de kritiek wel; als buitenstaander zou ik ook iets hebben van ‘Fa waka?’ maar wij weten waarom ze er niet waren dus no hard feelings.”
Marvin’s drive dendert door. Behalve zijn soloalbum en de nieuwe 1duidigplaat staan er meer projecten op de planning. Een naam die hierbij vaak genoemd wordt is Evenwicht, het Hip hop-duo bestaande uit Proza en Le Professeur. “Ik ga niet meer Twitteren!” zweert hij lachend. “We zijn bezig met iets en ik hoop dat het gaat lukken.” Zijn connectie met de Maestro’s uit Culemborg kwam tot stand tijdens hun Grote Prijs-avontuur. “Toen de kwartfinalisten bekend werden gemaakt, heb ik online gecheckt wie de andere deelnemers waren en op een gegeven moment kwam ik bij het promofilmpje van Evenwicht. Ik hoorde die sound en dacht: “Dit is muziek die ik solo echt graag wil maken: Boombap maar heel soulful en recht doorzee.” Toen ik hoorde dat zij ook in de halve finale stonden, begon ik me echt druk te maken,” herinnert hij zich lachend. “We ontmoetten ze tijdens het GPNL-traject, het klikte meteen en we spraken af om na de Grote Prijs wat dingen samen te doen. Le Professeur en ik wisselden nummers uit en sindsdien zijn we tight. Het zijn hele talentvolle, toffe gasten. Ik denk serieus dat ze de toekomst van Nederlandse Hip hop zijn. Ze zijn jong, ambitieus, gretig en zeker wel één van de dragers van de Nederlandse Hip hop scene.”
De waardering voor het tweetal gaat verder dan props en de meer dan terechte verwondering over het feit dat er uit de Hip hop-halve finale in Delft slechts één finalist werd gekozen. Zo fluisterde een klein, blauw vogeltje al iets over de totstandkoming van een ‘1duidig x Evenwicht’-tour. “Zo..!” Opnieuw rolt zijn aanstekelijke lach door het chronisch saaie leverworst-met-mosterd-cafe. “Ik ga echt niets meer Twitteren vanaf vandaag. Maar,” grijnst hij bevestigend, “we zijn inderdaad met iets bezig en ik hoop dat het lukt. We zijn ook met een paar andere acts in gesprek en het is afwachten wat zij zeggen.” Maar in welke richting moeten we denken? Wat kunnen we verwachten en vooral… wie? Een niets verklappende kuch onderbreekt de lijst met speculaties. “We zijn nog bezig met 1duidig en Evenwicht en… wat andere acts. Sowieso wordt alles wat eruit komt heel tof. En hierna,” grijnst hij, “stop ik echt met Twitteren!”
Vrijdag 20 januari treedt Marry Marv zowel met 1duidig als solo op tijdens het 83BPM-festival in Bibelot (Dordrecht). Volg @MarryMarv en @1duidig op Twitter en check www.1duidig.com om op de hoogte te blijven van hun komende projecten.
Catch up, Kechiche! – in response to ‘Venus Noire’ (Black Venus)
Abdellatif Kechiche’s Black Venus has to be the laziest, most cowardly attempt to summarize someone’s life. It’s not even a film, it’s a still of an idea without direction. Which, for a director, is problematic at best.
Kechiche failed miserably in his attempt to paint a picture of Sarah Baartman, the woman who is unfortunately best known as the Hottentot Venus. It, by lack of a word that’s even more nondescript, is purely a cinematic chain of catastrophes. Dancing, cracking whips, humiliation, drinking, humiliation, cracking whips, dancing… times a thousand. A change of scenery comes when we are introduced to Georges Cuvier and his hoodlums, a crew that tries to hide their cruelty under the cloak of science. Touching, poking, resistance, rage… Suddenly we’re in a brothel. A doctor tells Sarah she has a venereal disease, she continues to work as a prostitute, she dies and one of her abusers takes her body to Curvier. He, being the monster that he is, cuts off her genitals and breasts, removes her brain from her roughly opened the skull, peels the skin from her skeleton and double checks if the classroom is nice and tidy for his next lecture. The end.
As the closing credits roll, the left side of the screen shows no more than 2 minute worth of snippets of the return of miss Baartman’s remains to South Africa. On August 9th 2002, 192 years after after she was taken to London, Sarah Baartman is ceremonially welcomed back home. The P.S.-like manner in which this is shown clearly states that after 3 hours of abuse, sexual exploitation, intoxication and numbness director Abdellatif Kechiche ran out of time and the story behind the Sister didn’t make the cut. To Kechiche the fact that Nelson Mandela asked for the return of South Africa’s daughter in 1994 and it took the French Parliament 8 years to finally take their hands off her obviously wasn’t as interesting as yet another extensive scene in which she dances in front of a crowd consumed by horror and horniness.
Upon her return home president Thabo Mbeki delivered a powerful speech that included the following statement:
“As the French Parliament debated the matter of the return of the remains of our Sarah to her native land, the then Minister of Research, Roger-Gerard Scwartzenberg said: “This young woman was treated as if she was something monstrous. But where in this affair is the monstrosity?” Indeed, where did the monstrosity lie in the matter of the gross abuse of a defenceless African woman in England and France! It was not the abused human being who was monstrous but those who abused her. It was not the lonely African woman in Europe, alienated from her identity and her motherland who was the barbarian, but those who treated her with barbaric brutality. Among the truly monstrous were the leading scientists of the day, who sought to feed a rabid racism, such as the distinguished anatomist, Baron Georges Cuvier, who dissected Sarah’s body after her death.”
Doesn’t this statement deserve as much attention as the countless close ups of her bottom? Doesn’t Sarah?
Besides a short scene in an English court when she is asked if she has children and the scene when Hendrick Caezar, one of the two main abusers, yells something about how she used to breast feed his babies there isn’t a single moment that gives the viewer any insight in who she was. I’m not saying Kechiche should have summarized the complete colonial history of South-Africa but there’s at least one political event that should not have been left out. Why wasn’t there more emphasizes on the initiation of the law with the derogatory name ‘Hottentot Proclamation’? One would figure that anything that prohibits a Khoi woman from going anywhere without a pass and forces her abusers to literally smuggle her to London is significant enough to pay proper attention to.
To not mention any political events is one thing but failing to understand the necessity to give the audience something, anything that would connect the main character to a family, a people, a country, a town, a time and a tongue is an unforgivable shame. We needed to be taken back to 1789 to see the then still untouched Gamtoos River Valley where she was born and, where besides the constant threat of lions and Christian missionaries, her community lived peace. We should, be it in high speed, have been shown how the colonizers succeeded to make their way to Gamtoos and yes, there had to be at least one shot of a little 6 year old girl with eyes that mirrored a childhood drenched with fear caused by the violent wars between the original South Africans and the Dutch and other European colonists. Mind you that in none of the shots her father nor her Brothers, Sisters and the members of her community should refer this little girl as Sarah because ‘Sarah Baartman’ isn’t the name she was given at birth.
She should have been shown as a young woman who was engaged to a young man named Solkar who gave her the tortoiseshell pendant she continued to wear for the rest of her life. If not to show her as someone who loved and was loved then to at least pay subtle homage to the necklage that is depicted in so many of the drawings they made of her. Black Venus should have featured scenes of a young woman who, after yet another outburst of violence, lost her father and her husband-to-be but was bold enough to love again. There had to be a glimpse of the young soldier who stole her heart, took her out, found the house they called their own, was a father for their newborn but who left her in the midst of grieving the death of their baby. How would she later refer to these tragedies?
These events, questions and answers didn’t have to be shown in chronological order but somewhere throughout the story the unfamiliar viewers should have been given the chance to understand how we got to the point that’s being presented as ‘the now’. Without a proper preface to the present no film has the right to give the impression of being biographical. Kechiche’s little cinematic cringe looks, feels and smells the same as any history book that allows or even justifies people to think that slavery was the starting point of African history.
Black Venus is nothing but yet another cinematic crime in a long line of attempts to portray iconic Black figures in the Eurocentric history of slavery as symbols instead of syndromes. Symbols can spark a simple kind of sentiment while syndromes demand further investigation. One portrays a person, the other represents a people. With not paying any attention to the mosaic of personal, social and political misery that caused the numbness that Kechiche so rudely tries to play off as intoxication, he robs the viewers who aren’t familiar with Sarah’s saga of developing ideas about historical and contemporary fixations on Black bodies.
The legacy of her abusers finds its revival in every moment a Black woman is subject to Eurocentric ‘curiosity’ and unauthorized actions of affection, admiration or disgust. She is every girl who verbally, physically and/or spiritually revolts against people who ‘just’ want to touch her hair, skin or body and who feel they can do so without asking. She is Nicki Minaj when Regis Philbin decided the combination of white privilege and male superiority was justification enough to slap her booty and Whoopi Goldberg when stylists grabbed her dreadlocks and told her that they had no idea what to do with “that” hair. The ongoing obsession with Black women’s bodies continues to be more grand than anything Kechiche could ever squeeze into a vulgar, nylon body stocking.
I can’t help but be unpleasantly intrigued by Abdellatif Kechiche who wanted to make a film about a Black woman’s behind while all he did was make an ass… of himself.
You must be logged in to post a comment.