Category Archives: Dutch pieces

Grote Prijs – aftellen tot de bekendmaking

Die Boyz of Insayno. Misschien Billyusuf. Na het optreden van de laatste halvefinalist kon ik me niet voorstellen dat er bij het bepalen van de avondwinnaar een vierde serieuze optie was maar de juryleden wisten te verrassen. Toen zij via MC Fit bekend maakten welke act verzekerd was van een plek in de Hiphop-finale van de Grote Prijs liep de zaal leeg. Dit overigens niet voordat er vanuit de benedenzaal en vanaf het balkon een wolk van boe-geroep en gevloek opsteeg.  En terecht: de uitslag was absolute nonsens. Maar hebben een aantal van de luid roepende bezoekers gelijk… was het fraude?

Woensdag 26 september maakt de Grote Prijs op hun website bekend welke drie halvefinalisten zich zaterdag 8 december in de Hiphopfinale bij Cal, O.M.E.G.A. en Ibra aansluiten. Eén van hen verdient een plek op basis van het aantal publieksstemmen; de andere twee krijgen een wildcard. Wie ten minste twee van de drie halve finales heeft gezien, zag meer dope shows dan waar in de finale ruimte voor is. Nu waren de avonden in de Gigant en het Patronaat een stuk minder spectaculair dan de halve finale in Paradiso maar de shows van Discipline & Rather Real, Xterne Ruis, O.M.E.G.A., Billyusuf, Die Boyz en Insayno waren de roadtrips zeker waard. Toch was de terugreis vanuit Haarlem een stille tocht.

De avond begon veelbelovend. Billyusuf, geprezen door MC’s als Vieira en Marry Marv, trapt af en kickt knowledge op een picknick vibe. Dit is hoe de zomer klinkt en houdbaar blijft. Wat direct opvalt is dat hij zich op de kwaliteit in plaats van de kwantiteit van de crowd concentreert. Wie alleen naar zijn enthousiasme luisterde zou het nooit geraden hebben maar ondanks zijn herhaalde Twitter- en Facebookoproepen om een army van carpoolers te vormen en op tijd te zijn, stond hij voor een veel te lege zaal. Gelukkig was de Rotterdamse MC er duidelijk niet alleen voor zijn eigen aanhang. “Ik ken jou niet maar ik wil een handje!” Hij moet wel dus hij draagt het. De set is veelzijdig: zangeres hier, gast-MC daar… In combinatie met de sterke afwisseling van verhalen resulteerden Billy’s flow en prima beatkeuze in een show die goed genoeg is om het de hypeman bijna vergeven dat hij een te groot deel van de set functieloos op het podium bleef staan.

Net als homo sapiens komen die rappertjes na-apen.” M’n Hip hop-hart was al tevreden maar door de a capella van Saint Ferra voelde ook m’n inner-nerd zich persoonlijk aangesproken. Het einde van het tweede optreden was in zicht en ik was blij met de wending die Die Boyz aan hun show wisten te geven. Tijdens de eerste minuten van hun set waren ze niet alleen veel slechter verstaanbaar dan Billyusuf maar beide heren hadden ook iets onwennigs. Het ontbrak ze geenszins aan uitstraling en hun lyrics zijn meer dan clever maar het ‘Yeah… I know, right’-gezicht waarmee Saint Ferra dit iets te vaak onderstreepte haalde de sjeu er soms een beetje af. Bovendien was Raino op het balkon veel te lang vrijwel niet te verstaan en moesten we erop vertrouwen dat het net zo nice klonk als dat het er op het podium uitzag. Toen een jongeman in het publiek zich opwierp als hypeman en de crowd meesleepte in z’n enthousiasme schoot de show in een andere versnelling. De mics werkten ondertussen naar behoren en toen pas was overal goed te verstaan hoe nice ze zijn. Tracks als Herinner je mij nog? en Sorry klonken onbetwistbaar dope en de heren zetten een show neer die, indien op maat gesneden voor Paradiso’s grootste podium, best met een beker beloond zou kunnen worden.

Voordat de avond goed en wel begon, had Insayno al gewonnen. Het gezicht van de jonge MC lichtte op toen hij bovenaan de trap geheel onverwachts zijn oma zag. “Zijn jullie hiervoor helemaal uit Curaçao gekomen?” schreeuwde hij boven de muziek uit. Hij viel haar en een paar andere tantes of nichtjes in de armen en niets wat de wedstrijd nog meer te brengen had zou mooier zijn dan dit. Tijdens de derde set rockte oma rechts van het podium glimmend van trots mee op Insayno’s tracks en haar waardering was niet alleen aanstekelijk maar ook zeker terecht. Het energieke optreden was zonder twijfel goed voorbereid en de tracks zijn tof. Insayno is het podium duidelijk gewend: hij zocht alle camera’s op en elke spotlight wist hem te vinden. Hij is een storyteller. Wel één die me qua bewegingen heel erg aan Jamiroquai doet denken maar de Amsterdamse MC liet genoeg van zichzelf zien om geen kopie te zijn. De show flitste voorbij en voordat zijn stempel goed en wel gedroogd was, werd de vierde act al aangekondigd.

Na Abou en Kingstreet was het aan Vinny om Den Haag te vertegenwoordigen. Hij had het zwaar: om de één of andere reden had iedereen besloten om de benedenzaal te verlaten en tijdens de eerste momenten van z’n set leek zijn echo de enige aandachtige luisteraar. Zijn repertoire was een mix van braggen, bewustzijn en boasten die aan de twintig minuten net iets teveel leek te hebben. Vinny is één van die MC’s die gezegend is met een reusachtigheid die niet afhankelijk lijkt te zijn van hun daadwerkelijke lengte en de back up MC, die gekleed was alsof hij elk moment “Chale!!” door de mic kan gillen, paste er goed bij. Helaas waren de plaatjes minder kloppend dan het plaatje en leek de zaal met, uitzondering van wat aanhang, not impressed.

Act #5 leek weinig bij te kunnen dragen aan de rafelende attention span. Ibra’s voorkomen, teksten en algehele podiumpresentatie moesten qua hardheid waarschijnlijk iets hebben van het Watts circa ‘92 maar het optreden doet me denken aan een buurtfeest in een dorp zonder treinstation. De 2pac-tribute maakte het, deels omdat het publiek er kennelijk niets van wilde horen maar ook zeker vanwege de wijze van uitvoering, waar mogelijk nog ongemakkelijker. Als je jezelf twee minuten gunt om Shakur te herdenken dan verdient de keuze voor een Hit ‘Em Up-karaoke niet meer dan een womp womp. De set sleepte verder en terwijl de mannen op de achtergrond 3 minuten besteedden aan het eindeloos herhalen van een “zondag tot maandag, maandag tot zondag/ wasted wasted wasted”-chant vroeg ik me af ten koste van welke act Ibra de halve finale heeft gehaald.

De Utrechtse Ink Warriors waren de hekkensluiters. Qua sound en content deed de groep me denken aan de soundtracks uit de eerste 11 jaar van Spike Lee’s filmcarrière. De band en de MC’s waren on point, de show zat goed in elkaar maar ondanks dat ik denk dat menig festivalganger ter ere van de groep een plastic beker in de lucht zal houden, ben ik bang dat de sound niet ‘nu’ genoeg is om de finale te halen.

Wie na afloop van de optredens in Haarlem de finale wel zeker haalde, is Ibra. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst in een meer verontwaardigd publiek stond. Het ongenoegen was gigantisch. MC Fit riep op tot bedaring maar voor een flink aantal roepende bezoekers is het duidelijk. “Bullshit.” “Fok dat!” “Fraude…”

Ik ben het eens met een ieder die de keuze bizar vindt maar de GPNL beschuldigen van frauduleuze praktijken kan eigenlijk alleen wanneer je de muzikale smaak en artistieke overwegingen van Rotjoch, Akwasi en Erik Zwennes zó goed kent dat je garant durft te staan voor hun keuzes. Wie durft met één hand in het vuur en de ander op de borst te beweren dat deze juryleden alledrie liever een andere act hadden gekozen? Dat er tijdens een avond van jacks is gekozen voor de joker maakt het namelijk nog geen doorgestoken kaart. Of denken we echt dat de heren zich ten bate van Ibra’s ongetwijfeld veelbelovende carrière in een hoek hebben laten schreeuwen door een agent Smith-achtige GPNL-er die vanaf zijn I-phone 5 de Nederlandse Hip hop scene bestuurt?

De Grote Prijs is een muziekwedstrijd, geen strafschoppenserie waarvan het doelsaldo geen ruimte biedt aan persoonlijke voorkeur. Ten minste twee van de drie juryleden besloten na het zien van de zes shows dat Ibra een plek in de finale verdiende. Misschien zijn een aantal van ons met het oog op een eventuele cover of collabo minder snel geneigd om Haren te gaan op de vertegenwoordigers van Zwart Licht, Statemagazine of 101barz maar ere wie ere toekomt… this was their call en ongeloof is, zelfs in de meest collectieve vorm, niet hetzelfde als corruptie.

Met de feiten zoals ze zijn hoop ik in ieder geval dat één van de wildcards voor Free Quincy is en dat de tweede naar Die Boyz, Billyusuf, Servinio of Soskop gaat. Op dit moment staan Insayno en Discipline & Rather Real bovenaan bij de publieksstemmen en ondanks dat ik ooit, in een door appelsap beneveld verleden heb gezegd dat ik een mixtape drop als Discipline & Rather Real niet in de finale staan, gun ik het beide acts.

Succes!

Supporters kunnen in tot zaterdag 22 september, 23:59u hier stemmen op ‘hun’ act. Woensdag 26 september weten we wie de twee wildcards hebben gekregen.

GPNL: Hiphop – halve finale #1

Als de avond in Paradiso een indicatie is van wat we tijdens de laatste twee halve finales in Apeldoorn en Haarlem mogen verwachten dan heeft zelfs boombappend Nederland dit jaar weinig te klagen. Maar ook De Rest zal zich welkom voelen: zoals het er nu naar uitziet wordt iedere Hiphop-playlist vertegenwoordigd en eer aan gedaan. Voorspellend of niet, de optredens van Free Quincy, Servinio, Cal, Kingstreet, Soskop en Ronnie Flex vormden een show die zichzelf, zelfs in deze ontwikkelende fase, makkelijk de brutaliteit kan veroorloven om zich met de finale van vorig jaar te meten.

“De illste… sorry, de eerste deelnemer…” Van de eerste toon tot de laatste noot bewijst Free Quincy dat de aankondiging van MC Fit meer is dan slechts een Freudiaanse verspreking. Tijdens hun ijzersterke set tonen MC’s Mizztamizzo en Ell-I-Dee dat de verzilvering van nostalgie niet per se als vroegâh hoeft te klinken. De ruimte tussen voorbereiding en spontaniteit wordt gedurende de hele show benut en er is geen uit misgunnerij geboren fabel geloofwaardig genoeg om Free Quincy’s onvermijdelijke finaleplek in twijfel te trekken. De appel valt niet ver van de Bijlmer en ook deze heren komen hard genoeg om al hun medehalvefinalisten met huiswerk naar huis te sturen. Van de interactie met het publiek tot de dynamiek tussen de twee MC’s, van de beats tot de content… bij Free Quincy leun je alleen boos tegen de muur wanneer je bang bent om te vergeten voor wie je eigenlijk gekomen bent.

De lat lijkt weg gesmeten. Het is moeilijk voor te stellen wie na deze aftrap de bal hoog weet te houden maar Soskop houdt zich meer dan kranig. De show rockt, de rhymes rollen en de Soesterboeren representen tot de max. Soskop’s teksten zijn maatschappijkritisch zonder te preken en volledig zonder te slepen. Eén van de nummers met als refrein ‘Voel wat ik zeg maar raak me niet aan/ kijk naar me maar zie me niet staan’ doet qua gevoel aan Typhoon’s voordracht van “Vlieger” tijdens één van edities van de spoken word-serie Crimejazz denken en het moge duidelijk zijn dat de Nederlandse Hiphop scène er een dichter bij heeft.

Wanneer de derde deelnemer wordt aangekondigd als “lid van de formatie Nebulon” schieten een paar wenkbrauwen de lucht in en worden er wat keeltjes geschraapt. Niet geheel onverwachts want perceptie is soms belangrijker dan de waarheid. Is het eigenaardig wanneer we via de Facebook fan page van Nebulon worden opgeroepen om op Servinio te stemmen terwijl Akwasi in de Hiphop-jury zit? Misschien. Verdient het dezelfde verontwaardiging zoals die zich in augustus 2008 over de Hiphop-categorie, het juryschap van Roger Brouwn maar vooral over de deelname van Turk uitstortte? Absoluut niet en het zou jammer zijn als dit een schaduw op Servinio’s shine zou werpen. Niet alleen omdat het gebabbel over de onpartijdigheid van de jury een gebed zonder eind en misschien zelfs God lijkt te zijn maar vooral omdat het de MC geen eer aan doet. Hij is nice: zijn set is veelzijdig, de rhymes zijn clever en DJ Craz-E is geweldig. Ondanks dat het de MC even wat tijd kost om op gang te komen rockt hij met de laatste tracks de balans alsnog terug naar level ‘baas!’.

Met de vierde act blijft de energie hoog maar wordt het roer absoluut omgegooid. Elk jaar zijn er wel artiesten die met hun hele hebben en houden aan de elasticiteit van de categorie hangen en dit jaar is Ronnie Flex één van deze bungeejumpers. De show is van alles wat. Een hoop adrenaline, een beetje rap, een vleugje gabber, een DJ die gezellig met haar armen swagt maar de apparatuur verder nauwelijks aanraakt en een meer dan indrukwekkende mosh pit die eraan herinnert dat over smaak niet te Twitteren valt. Het einde van zijn show vormt het startsein voor de theorieën over waarom hij “zeker weten” de finale haalt en wint. De weddenschappen verschillen qua inzet en overtuiging maar er is één rode draad waar de gokkers massaal over struikelen: “Het is geen Hiphop!” Vergeleken met oud-GPNLers als Dret en Krulle, 1duidig of Evenwicht klinkt het inderdaad als hockeyrap, de soundtrack van een generatie die RZA alleen kent als ‘die dude van Californication’. Maar interessanter dan de kwestie of hij wel of niet real is, is de vraag wat de hierover klagende, uiteindelijke finalisten doen als ze half december het podium met hem zouden moeten delen. Zullen er boys zijn die zich uit onvrede of hoogmoed terugtrekken uit de competitie of bereiken de kritische noten slechts een indrukwekkende octaaf wanneer de uiteindelijke winnaar bekend is gemaakt?

MC Fit brengt ons terug naar de wedstrijd en kondigt de Haagse Kingstreet aan. Als ik een hooligan was dan zouden dit m’n boys zijn en als ik ooit een auto strip dan is dit wat ik neurie. Dat de geloofwaardigheid van de teksten nimmer ten koste gaat van de aanstekelijkheid van de nummers is bewonderenswaardig; ook het feit dat de show er met vier en later vijf MC’s toch georganiseerd uit blijft zien, verdient een compliment. Maar het publiek lijkt moe en de pit is absoluut minder mosh dan de heren verdienen.

Cal, de laatste act van de avond, is als eerste Hiphop-act verzekerd van een finaleplek. Zijn band is on point en hij bewijst dat zelfvertrouwen er, zonder af te doen aan de levendigheid van de performance, best uit mag zien als een kalm soort cool. Misschien was hij niet de gedoodverfde avondwinnaar maar dat hij het absoluut verdient om één van de zes finalisten te zijn, maakte hij tijdens zijn set meer dan duidelijk. Of zijn er mensen die doen alsof Cal alleen door is omdat bij hem als enige act het hokje “met band” aangevinkt kon worden?

Bezoekers die alle shows gezien hebben, kunnen hun verbazing hooguit baseren op het feit dat er donderdag meer keus was dan ze verwacht hadden. Wellicht vond een aantal mensen dat ‘hun act’ onrecht is aangedaan en misschien zijn de conspiracy theories over de Hiphop-categorie wel net zo’n vast onderdeel van de Grote Prijs als de inschrijvingen. Maar eerlijk is eerlijk… wie zelfs na deze shows de Paradiso met een ‘Hiphop ain’t shit!’-gevoel verliet, illustreert meer een persoonlijk gemak dan een collectief gebrek.

Zaterdag staan Xterne Ruis, Discipline & Rather Real, Abou, O.M.E.G.A., Ares en Flow&CO tijdens de tweede halve finale in De Gigant (Apeldoorn). Via de website van de Grote Prijs kun je stemmen op jouw favoriete deelnemer. De halvefinalist met de meeste publieksstemmen gaat direct door naar de finale.

Van bladzijde tot Hoofdstuk

De column van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan is een mooie weergave van de manier waarop de Nederlandse regering met ons trans-Atlantische slavernijverleden omgaat. Wat hij specificeert is even opvallend als wat hij weglaat en de uitkomst van zijn opsomming is representatief voor hoe teveel Nederlanders de ‘slavernijbladzijde’ graag presenteren: “Het was er al en Nederland had niet de meeste slaven dus hoe gaan we er nu met z’n allen voor zorgen dat het gezellig blijft?”

Het is een lastige taak om in 315 woorden uit te leggen waar Keti Koti voor staat maar Van der Laan heeft zich eraan gewaagd dus laten we er eens even rustig naar kijken. In zijn Metro-column van 4 juli 2012 opent de burgemeester met:
“Op 1 juli 1863 besloot het Nederlandse parlement de slavernij af te schaffen. Afgelopen zondag stonden wij hierbij stil, bij het monument in het Oosterpark.

Tussen de 14e en 19e eeuw zijn naar schatting 12 miljoen Afrikanen als slaven verhandeld. Het Nederlandse aandeel bestaat uit ongeveer 600.000 slaven. Veel belangrijke gebouwen en ontwikkelingen in de geschiedenis, van de Chinese Muur, de Egyptische piramides tot het Romeinse rijk zijn mede tot stand gekomen door slavenhandel.”

1. De volledigheid van de informatie over de afschaffing van de slavernij zoals deze in de eerste alinea wordt gedeeld gaat ten koste van de dwangmatige context die in de tweede alinea wordt omschreven. Want welke rol speelde de trans-Atlantische slavenhandel bij het bouwen van de Chinese Muur? Wellicht wordt dit deel van het verhaal duidelijker wanneer de burgemeester uitlegt welke van de Chinese Muren hij bedoelt want wanneer we het hebben over de muren die gebouwd zijn rond de 5e-7e eeuw voor Christus dan dwalen we weer eens af. Dat we het tijdens de bespreking van de trans-Atlantische slavenhandel over het Romeinse rijk moeten hebben lijkt mij ook wat ver gezocht: als ik me de geschiedenislessen uit mijn middelbareschooltijd nog goed kan herinneren, brokkelden de laatste stukjes Rijk rond 1453 af en de Nederlandse handel in West-Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen begon immers rond 1691.

Indien het Van der Laan’s intentie was om een educatieve draai aan zijn column te geven dan hadden de eerste zinnen  er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:
— Op 1 juli 1863 tekent het Nederlandse parlement voor de afschaffing van slavernij in haar Caraïbische koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen. Tijdens het Keti Koti-festival van afgelopen zondag stonden we hier bij het slavernijmonument in het Oosterpark bij stil.

Tussen de 16e en 19e eeuw werden tijdens de trans-Atlantische slavenhandel miljoenen Afrikanen als slaven verhandeld. Aan de laatste twee eeuwen van deze slavenvaart verdiende Nederland tussen de 63 en 79 miljoen gulden.—

Toch net even wat meer info en het scheelt zelfs een woord.

2. Dient de vermelding van ‘ongeveer 600.000 slaven’ context te bieden aan het de ‘naar schatting 12 miljoen Afrikanen’ waar Van der Laan het een zin eerder over heeft? Is het de bedoeling dat wordt aangetoond dat Nederland een minder grote barbaar was dan de rest van de landen die deelnamen aan deze macabere handel? Want wat vertelt een aantal als 600.000 ons wanneer er niet gesproken wordt over de snelheid waarmee de Nederlanders in West-Afrika handel dreven en de tijd die het ze kostte om de slavenschepen vol te stouwen met de lading die ze ‘negers’ noemden? Hoelang duurden de bootreizen? Hoe betrouwbaar zijn de documenten waarin wordt bijgehouden hoeveel mensen er per schip vervoerd werden? Laten we niet doen alsof ‘600.000 van de 12 miljoen slaven’ het resultaat van een humanitaire afweging was…

3. Na een korte beschrijving van de connectie tussen de Amsterdamse grachtengordel en de tijdens de slavernij verhandelde producten schrijft de burgemeester: “Dat hiervoor mannen, vrouwen en kinderen werden verhandeld was geen geheim.” Waarover echter wel heel geheimzinnig wordt gedaan, zijn de omstandigheden waarin deze zwarte mannen, vrouwen en kinderen moesten overleven… van leven was namelijk nauwelijks sprake. Op welke gruwelijke wijze werden zij gedwongen om ervoor te zorgen dat de boten gevuld met cacao, koffie, katoen en tabak door de Amsterdamse grachten konden dobberen? Wat zagen zij terug van de winst die er werd gemaakt?

4. Het eerste deel van de column is, evenals de speech van Rutte, een naar gemakzucht riekende gatenkaas maar voor de volgende nonsense dient Eberhard toch echt de laan uit te worden gestuurd. Halverwege de tweede alinea stelt hij: “De welvaart groeide en twee volle eeuwen kon de slavenhandel zonder noemenswaardige kritiek voortduren.” Bedoelt hij hiermee dat er weinig witte Nederlanders waren die kritiek hadden op de trans-Atlantische slavenhandel? Dat geloof ik namelijk direct. Wat zijn stelling echter zo walgelijk problematisch maakt, is de gedachte dat iemand eurocentrisch en arrogant genoeg is om het verzet van de Marrons en de strijd van vechters als Codjo, Mentor, Present, Baron, Boni, Jolicoeur, Tula en vele strijders die de geschiedenisboeken niet gehaald hebben als ‘niet noemenswaardige kritiek’ te beschouwen. Ook hun verhaal, beste burgemeester, is er een die we moeten blijven vertellen zodat we ook dat deel van onze geschiedenis niet vergeten. Er waren namelijk een flink aantal leeuwen die de jagers met huid en haar hebben verslonden.

De schandalige disneyficatie van de rol die Nederland tijdens de trans-Atlantische slavenhandel speelde, dient op verschillende niveaus aangepakt te worden. Van de wegwuivende politici tot de geschiedenisdocenten, van de eurocentrische historici tot de zwarte organisaties die politici als Rutte uitnodigen voor een Keti Koti-speech… we dienen allemaal onze verantwoordelijkheden te nemen en te zorgen voor meer eerlijkheid, educatie en een representatiever gezelschap van sprekers. Wellicht snapt burgemeester Van der Laan dan ook meteen wat er mis is met een van zijn laatste zinnen waarin hij beschrijft dat John Gabriël Stedman verliefd werd op een “meisje dat als slaaf werkte.” Slavernij, beste burgemeester, is namelijk geen beroep.

Misschien lukt het ons zelfs om van die ‘zwarte bladzijde’ een hoofdstuk te maken. Geen ‘zwart hoofdstuk’ maar een Hoofdstuk. En indien we toch moeten kiezen voor kleur laten we dan niet alleen voor de verandering maar vooral voor de eerlijkheid nu eens echt kleur bekennen en kiezen voor wit.