Author Archives: Zeefuik

El Mouthana

ImageAs soon as the front door opens they surround him, hug him, pick him up and he, carried on both their shoulders and prayers, surfs his way through the building. It has been six weeks since he saw his comrades, six weeks since the Dutch government decided that his quest for safety earned him a spot among criminals. Jails ain’t shelters and ‘housing’ asylum seeking Brothers and Sisters in institutes built to lock up killers and rapists goes against every form of humanitarianism the Netherlands likes to associate with itself. Or at least it should…

I recognize him from one of the posters with the summarized stories of those who were jailed or deported. His name, El Mouthana, is frequently featured in my Brothers’ narratives about the casualties of politics and the importance of collective visibility. Both their protest songs and their silences illustrate that war is so much more than a series of hollow headlines serving Islamophobic propaganda the West likes to call ’(inter)national security/safety’. The stories have faces and his is one with character and a moustache, eyes tired of questions and a radiant smile without answers. The Brotherly Parade passes us and for a second our eyes meet. Mine are scanned by a glance that, blurred by emotions, is hunting for familiar faces. I’m sure he doesn’t see me.
(Amsterdam/ January 14, 2013)

El Mouthana is one of the 100 asylum seekers who’re staying in De Vluchtkerk, a church turned housing project in Amsterdam (the Netherlands) that provides a temporary stay for Brothers and Sisters from East and West African countries like Somalia, Sudan, Ethiopia, Eritrea and Côte d’Ivoire. They can stay there until March 31st 2013. After that? Nobody knows… I truly hope some of my fellow writers (especially those based in Holland) will donate a few moments of their time and craft to the proper documentation of this horror story and to help raise the awareness it deserves.

Picture by Aja Monet

A tribe called questionable #8

Nieuwsgierigheid is de beste vorm van PR en niemand weet zichzelf sneller te mobiliseren dan een ramptoerist. Elke film heeft te maken met ‘zwevende kijkers’, mensen die hun bioscoopbezoek af laten hangen van een trigger. Niet zozeer een trailer of een recensie maar een reactie die heviger en, bij voorkeur, collectiever is. Een controverse met als invalshoek ‘hilariteit vs. historie’ heeft natuurlijk niet genoeg sjeu en dat er binnen de zwarte gemeenschap zeer uiteenlopende opvattingen over een film zijn is leuk voor erbij maar het is echt niet iets waar wit Nederland de krieltjes voor stuk laat koken. Zwarte mensen zijn immers ‘altijd boos, overgevoelig en een slecht publiek voor zelfspot’. Toch ‘doen ze nooit iets al te drastisch’ dus als er nu ineens een doodsbedreiging komt… jeetje, dan wil je ‘best een avondje naar de bios om de volgende dag mee te kunnen praten over alle heisa’. Of deze bezoekers de drukte nu begrijpen of niet… het zal de kaartverkoop een kosjere worst zijn: een verkochte kaart is een verkochte kaart.

Vuijsje’s claim doet me denken aan die van Morton Downey jr., de Amerikaanse talkshow host die twee jaar lang een groot televisiesucces was. Morton was Jerry Springer avant la lettre, niets neutraler dan hysterie kon rekenen op zijn aandacht en dat ging goed tot 1989. Hij kreeg te maken met drama’s van kijkcijfers en toen was daar De Aangifte. Volgens Downey jr. was hij in één van de toiletten op het vliegveld van San Francisco aangevallen door Neonazi’s. De schade? Een op zijn voorhoofd gekladderd hakenkruis en een mislukte poging om zijn haar te scheren. De jongeman die werd aangeklampt als getuige geeft echter aan nooit een groep nazi’s te hebben gezien en de swastika stond in spiegelbeeld. Het publieke oordeel dat het hakenkruis omgekeerd was omdat de beste man het zelf en in de spiegel kijkend op zijn voorhoofd had getekend werd snel geveld. Slechts de domheid overtreft de tragiek.

Downey jr.’s wanhoopsactie was niet de eerste en is ook absoluut niet de laatste in z’n soort. Want wat is voor aandachtjunks nu angstaanjagender dan de houdbaarheid van hun persoonlijke relevantie? De verfilming van Vuijsje’s fantasie zorgt nu voor een hoop controverse maar het is niets wat niet doodgekauwd zal worden door de tand des tijds: zelfs de meest oplettende massa onthoudt vaker het syndroom dan de symbolen. Het door Vuijsje opgerispte verhaal is namelijk niets nieuws en zowel de film als het boek klinken als de fetisjistische crackdroom van een door Jungle Fever geïnspireerde sekstoerist die wanneer niemand het hoort “Lekker wijf…” sist naar een Sarah Baartman-poster. Ik schrijf ‘klinkt’ omdat ik mezelf alles wat voortkomt uit deze op papier gedroogde natte droom bespaar: ik kan het mijn stapel met een aantal nog ongelezen verhalen en essays van onder andere Octavia Butler, bell hooks, Ngũgĩ wa Thiong’o en R. Dobru namelijk niet uitleggen waarom ik ze voor een Vuijsje zou laten liggen. Maar niet getreurd… de formule is me bekend. Zijn volgende boek gaat ongetwijfeld over een ‘dikke’ witte vrouw (niet Joods, tho’… we houden het netjes) die is verlaten door haar saaie, nog wittere man en die toevallig terecht komt in Afrika (het land, niet het continent) waar ze gedurende de gehele trip belaagd wordt door zwarte mannen in tijgerspeedo’s. Ook zal firma Vuijsje druk onderhandelen over de musicalversie van zijn boek.

Terug naar het nu. De film draait, de meningen zijn gevormd en wanneer er niets opmerkelijks gebeurt zal ook dit zonder al te veel golven richting de verre horizon kabbelen. Vuijsje is echter te ijdel voor een snooze moment dus het wachten is nu op zijn eerste aangifte van mishandeling. De politie gaat op zoek naar wat zij beschrijven als “een negroïde man, waarschijnlijk van Surinaamse, Antilliaanse of Afrikaanse afkomt, met rastahaar en een opvallende gouden tand. De verdachte heeft een tatoeage in zijn nek en op het moment van het misdrijf droeg hij een zwarte trui met capuchon, een donkerblauwe spijkerbroek en buitengewoon schone sportschoenen.” De woeste, in de richting van Kraaiennest gevluchte ‘dader’ wordt nooit gepakt. Tijdens een niet lang daarna georganiseerd praatprogramma roept Vuijsje de zwarte gemeenschap op tot kalmte. Zijn nog ietwat beurse gezicht straalt van empathie. “Ik ben niet boos op jullie,” zal hij verzekeren. “Ik sta nog steeds achter de film en ik ben niet bang voor één of andere brada die niet tegen een grapje kan.” De crowd joelt enthousiast en terwijl hij subtiel naar de tafel met merchandise knikt, stuurt hij het gesprek in een andere richting. Vuijsje is namelijk the bigger man.

Wanneer de film en haar controverse ondergesneeuwd dreigen te raken door de zwartepietdemonstraties en –discussies volgt er een tweede incident. Het geweld is groffer, de kneuzingen ernstiger. Crime scene? Zijn woning. Vier donkere mannen laten hem alle hoeken van de woonkamer zien en intimideren hem door middel van met straattaal doorspekt antisemitisme. Vanzelfsprekend nemen ze ook de sieraden van zijn vrouw mee. Tijdens deze aangifte geeft hij aan slechts één van de jongens goed gezien te hebben en de politie komt bij het maken van de compositietekening potloden te kort om in te kleuren hoe donker deze dader is. In plaats van voor de KFC op het Bijlmerplein stationeert AT5 de camera’s nu op CS en Pauw en Witteman proberen samen met Howard Komproe (mr. Negerdag), Eva Hoeke (ervaringsdeskundige circa ‘Niggabitch’), Patrick Lodiers (kenner sinds zijn 10 weken lange excursie in de Bijlmer) en Negativ na te gaan wat er nu eigenlijk aan de hand is. De politie zoekt publiekelijk verder totdat zij aan de hand van een anonieme tip vermoeden dat de hoofdverdachte “waarschijnlijk naar Pariemaribo [sic] is gevlucht.” Waarschijnlijk, ja.

Doodsbedreiging? Zelfs voor het brein van Vuijsje is dat wel erg fantasieloos. Iemand zal ongetwijfeld een keer in zijn eten spugen of zijn wagen krassen maar moord op basis van ‘kunst’ is vaak gekoppeld aan een relevantie en impact die ik hem niet snel zie vervullen. De woede vanuit de gemeenschap wil absoluut niet zeggen dat Vuijsje een memorabele pionier is op het gebied van kolonialistisch fetisjisme; het betekent wel dat wat we zien ons nog steeds niet bevalt.

Sisser? Dit loopt af met een tjoerie.

Grote Prijs – aftellen tot de bekendmaking

Die Boyz of Insayno. Misschien Billyusuf. Na het optreden van de laatste halvefinalist kon ik me niet voorstellen dat er bij het bepalen van de avondwinnaar een vierde serieuze optie was maar de juryleden wisten te verrassen. Toen zij via MC Fit bekend maakten welke act verzekerd was van een plek in de Hiphop-finale van de Grote Prijs liep de zaal leeg. Dit overigens niet voordat er vanuit de benedenzaal en vanaf het balkon een wolk van boe-geroep en gevloek opsteeg.  En terecht: de uitslag was absolute nonsens. Maar hebben een aantal van de luid roepende bezoekers gelijk… was het fraude?

Woensdag 26 september maakt de Grote Prijs op hun website bekend welke drie halvefinalisten zich zaterdag 8 december in de Hiphopfinale bij Cal, O.M.E.G.A. en Ibra aansluiten. Eén van hen verdient een plek op basis van het aantal publieksstemmen; de andere twee krijgen een wildcard. Wie ten minste twee van de drie halve finales heeft gezien, zag meer dope shows dan waar in de finale ruimte voor is. Nu waren de avonden in de Gigant en het Patronaat een stuk minder spectaculair dan de halve finale in Paradiso maar de shows van Discipline & Rather Real, Xterne Ruis, O.M.E.G.A., Billyusuf, Die Boyz en Insayno waren de roadtrips zeker waard. Toch was de terugreis vanuit Haarlem een stille tocht.

De avond begon veelbelovend. Billyusuf, geprezen door MC’s als Vieira en Marry Marv, trapt af en kickt knowledge op een picknick vibe. Dit is hoe de zomer klinkt en houdbaar blijft. Wat direct opvalt is dat hij zich op de kwaliteit in plaats van de kwantiteit van de crowd concentreert. Wie alleen naar zijn enthousiasme luisterde zou het nooit geraden hebben maar ondanks zijn herhaalde Twitter- en Facebookoproepen om een army van carpoolers te vormen en op tijd te zijn, stond hij voor een veel te lege zaal. Gelukkig was de Rotterdamse MC er duidelijk niet alleen voor zijn eigen aanhang. “Ik ken jou niet maar ik wil een handje!” Hij moet wel dus hij draagt het. De set is veelzijdig: zangeres hier, gast-MC daar… In combinatie met de sterke afwisseling van verhalen resulteerden Billy’s flow en prima beatkeuze in een show die goed genoeg is om het de hypeman bijna vergeven dat hij een te groot deel van de set functieloos op het podium bleef staan.

Net als homo sapiens komen die rappertjes na-apen.” M’n Hip hop-hart was al tevreden maar door de a capella van Saint Ferra voelde ook m’n inner-nerd zich persoonlijk aangesproken. Het einde van het tweede optreden was in zicht en ik was blij met de wending die Die Boyz aan hun show wisten te geven. Tijdens de eerste minuten van hun set waren ze niet alleen veel slechter verstaanbaar dan Billyusuf maar beide heren hadden ook iets onwennigs. Het ontbrak ze geenszins aan uitstraling en hun lyrics zijn meer dan clever maar het ‘Yeah… I know, right’-gezicht waarmee Saint Ferra dit iets te vaak onderstreepte haalde de sjeu er soms een beetje af. Bovendien was Raino op het balkon veel te lang vrijwel niet te verstaan en moesten we erop vertrouwen dat het net zo nice klonk als dat het er op het podium uitzag. Toen een jongeman in het publiek zich opwierp als hypeman en de crowd meesleepte in z’n enthousiasme schoot de show in een andere versnelling. De mics werkten ondertussen naar behoren en toen pas was overal goed te verstaan hoe nice ze zijn. Tracks als Herinner je mij nog? en Sorry klonken onbetwistbaar dope en de heren zetten een show neer die, indien op maat gesneden voor Paradiso’s grootste podium, best met een beker beloond zou kunnen worden.

Voordat de avond goed en wel begon, had Insayno al gewonnen. Het gezicht van de jonge MC lichtte op toen hij bovenaan de trap geheel onverwachts zijn oma zag. “Zijn jullie hiervoor helemaal uit Curaçao gekomen?” schreeuwde hij boven de muziek uit. Hij viel haar en een paar andere tantes of nichtjes in de armen en niets wat de wedstrijd nog meer te brengen had zou mooier zijn dan dit. Tijdens de derde set rockte oma rechts van het podium glimmend van trots mee op Insayno’s tracks en haar waardering was niet alleen aanstekelijk maar ook zeker terecht. Het energieke optreden was zonder twijfel goed voorbereid en de tracks zijn tof. Insayno is het podium duidelijk gewend: hij zocht alle camera’s op en elke spotlight wist hem te vinden. Hij is een storyteller. Wel één die me qua bewegingen heel erg aan Jamiroquai doet denken maar de Amsterdamse MC liet genoeg van zichzelf zien om geen kopie te zijn. De show flitste voorbij en voordat zijn stempel goed en wel gedroogd was, werd de vierde act al aangekondigd.

Na Abou en Kingstreet was het aan Vinny om Den Haag te vertegenwoordigen. Hij had het zwaar: om de één of andere reden had iedereen besloten om de benedenzaal te verlaten en tijdens de eerste momenten van z’n set leek zijn echo de enige aandachtige luisteraar. Zijn repertoire was een mix van braggen, bewustzijn en boasten die aan de twintig minuten net iets teveel leek te hebben. Vinny is één van die MC’s die gezegend is met een reusachtigheid die niet afhankelijk lijkt te zijn van hun daadwerkelijke lengte en de back up MC, die gekleed was alsof hij elk moment “Chale!!” door de mic kan gillen, paste er goed bij. Helaas waren de plaatjes minder kloppend dan het plaatje en leek de zaal met, uitzondering van wat aanhang, not impressed.

Act #5 leek weinig bij te kunnen dragen aan de rafelende attention span. Ibra’s voorkomen, teksten en algehele podiumpresentatie moesten qua hardheid waarschijnlijk iets hebben van het Watts circa ‘92 maar het optreden doet me denken aan een buurtfeest in een dorp zonder treinstation. De 2pac-tribute maakte het, deels omdat het publiek er kennelijk niets van wilde horen maar ook zeker vanwege de wijze van uitvoering, waar mogelijk nog ongemakkelijker. Als je jezelf twee minuten gunt om Shakur te herdenken dan verdient de keuze voor een Hit ‘Em Up-karaoke niet meer dan een womp womp. De set sleepte verder en terwijl de mannen op de achtergrond 3 minuten besteedden aan het eindeloos herhalen van een “zondag tot maandag, maandag tot zondag/ wasted wasted wasted”-chant vroeg ik me af ten koste van welke act Ibra de halve finale heeft gehaald.

De Utrechtse Ink Warriors waren de hekkensluiters. Qua sound en content deed de groep me denken aan de soundtracks uit de eerste 11 jaar van Spike Lee’s filmcarrière. De band en de MC’s waren on point, de show zat goed in elkaar maar ondanks dat ik denk dat menig festivalganger ter ere van de groep een plastic beker in de lucht zal houden, ben ik bang dat de sound niet ‘nu’ genoeg is om de finale te halen.

Wie na afloop van de optredens in Haarlem de finale wel zeker haalde, is Ibra. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst in een meer verontwaardigd publiek stond. Het ongenoegen was gigantisch. MC Fit riep op tot bedaring maar voor een flink aantal roepende bezoekers is het duidelijk. “Bullshit.” “Fok dat!” “Fraude…”

Ik ben het eens met een ieder die de keuze bizar vindt maar de GPNL beschuldigen van frauduleuze praktijken kan eigenlijk alleen wanneer je de muzikale smaak en artistieke overwegingen van Rotjoch, Akwasi en Erik Zwennes zó goed kent dat je garant durft te staan voor hun keuzes. Wie durft met één hand in het vuur en de ander op de borst te beweren dat deze juryleden alledrie liever een andere act hadden gekozen? Dat er tijdens een avond van jacks is gekozen voor de joker maakt het namelijk nog geen doorgestoken kaart. Of denken we echt dat de heren zich ten bate van Ibra’s ongetwijfeld veelbelovende carrière in een hoek hebben laten schreeuwen door een agent Smith-achtige GPNL-er die vanaf zijn I-phone 5 de Nederlandse Hip hop scene bestuurt?

De Grote Prijs is een muziekwedstrijd, geen strafschoppenserie waarvan het doelsaldo geen ruimte biedt aan persoonlijke voorkeur. Ten minste twee van de drie juryleden besloten na het zien van de zes shows dat Ibra een plek in de finale verdiende. Misschien zijn een aantal van ons met het oog op een eventuele cover of collabo minder snel geneigd om Haren te gaan op de vertegenwoordigers van Zwart Licht, Statemagazine of 101barz maar ere wie ere toekomt… this was their call en ongeloof is, zelfs in de meest collectieve vorm, niet hetzelfde als corruptie.

Met de feiten zoals ze zijn hoop ik in ieder geval dat één van de wildcards voor Free Quincy is en dat de tweede naar Die Boyz, Billyusuf, Servinio of Soskop gaat. Op dit moment staan Insayno en Discipline & Rather Real bovenaan bij de publieksstemmen en ondanks dat ik ooit, in een door appelsap beneveld verleden heb gezegd dat ik een mixtape drop als Discipline & Rather Real niet in de finale staan, gun ik het beide acts.

Succes!

Supporters kunnen in tot zaterdag 22 september, 23:59u hier stemmen op ‘hun’ act. Woensdag 26 september weten we wie de twee wildcards hebben gekregen.