Category Archives: NL-based Hiphop

Grote Prijs-special: De finale (deel 2)

(8 december 2009)

Drie halve finales, een regenwoud aan juryrapporten en enkele lastige overleggen later staan Dret en Krulle, Fotosynthese, Dope D.O.D., Tastic, Kraantje Pappie en UnknownEye aanstaande zaterdag in de Hip Hop-finale van de Grote Prijs. Voordat Koos Groenendijk, Guno Oosterling, Lee Stuart, Dave Vanderheijden en Sef (Flinke Namen) bepalen wie de goed gevulde overwinningsbeker meeneemt stellen wij de finalisten aan je voor. In deel 2 van de Finale-special: Tastic, UnknownEye en Dope D.O.D.

Tastic
“Een jaar geleden nam ik in Snelle Jelle’s studio 3 nummers op; 1 van die nummers stuurde ik samen met 2 andere tracks van veel slechtere kwaliteit naar de Grote Prijs. We hebben nooit echt geïnvesteerd in bijvoorbeeld een goede microfoon of een professionele studio maar we dachten: ‘Niet geschoten is altijd mis.’ De jury koos 30 kwartfinalisten en ik was nummer 31. Uiteindelijk stond ik, doordat Geintje uitviel, alsnog in de kwartfinale,” blikt Tastic terug. Voor de 20-jarige MC was zijn performance in Plein 79, waar hij samen met DJ Lie Manatik een show gaf die jurylid Guno terugbracht naar zijn Planet Rock-dagen, het eerste serieuze optreden. Op de vraag waar mensen die niet bekend zijn met de Hip Hop-scene in Alphen aan de Rijn hem eerder hadden kunnen zien, grijnst de 20-jarige MC bescheiden: “Eigenlijk nergens. Ik weleens een nummer op internet gezet maar de optredens die ik had waren alleen in Alphen en omstreken.”

Ook de tweede indruk die hij tijdens de kwartfinale in Apeldoorn achterliet, kon rekenen op goede reacties. “Hij heeft een aanstekelijke flow, zijn teksten zijn leuk en op het podium staat hij er echt. Zijn stage presence is echt heel erg sterk. Hij is een hele sterke soloist en dat zie je tegenwoordig niet veel meer. Hij staat er alleen met z’n DJ terwijl tegenwoordig artiesten hun hele platenlabel mee het podium op nemen; hij draagt de show in z’n eentje en dat,” benadrukt Koos, “is echt heel erg sterk.” Ook Lee is onder de indruk van het charismatische eenmansleger. “Tijdens het juryberaad was iedereen het er gelijk over eens dat Tastic een plek in de finale verdient. Hij is toch ook een leuke artiest waar je gewoon meer van wilt horen? Bovendien,” vervolgt Stuart, “is hij heel comfortabel op het podium en hij rapt hij echt z’n longen uit z’n lijf.”

De jonge MC, die terwijl hij nu in Rotterdam woont Alphen blijft vertegenwoordigen, gaat niet alleen qua podiumpresentatie terug naar de basis: ook qua rap-stijl is hij van de ‘Back to Boombap’-garde. “Ik probeer terug te gaan naar hoe Hiphop begon namelijk als levensstijl in plaats van puur als muziekstroming. Ik vind dat er in NL te weinig een basis is gelegd, dat er teveel overgenomen is uit Amerika en dat we terug moeten naar de old skool om een basis in de Hiphop te zetten. Je kunt met Nederlandstalige rap nooit precies bereiken wat er met Engelstalige rap is gedaan maar qua stijl kunnen we in Nederland zeker wel iets unieks neerzetten. Voor mijn gevoel mixen we Hip Hop nu met teveel andere stijlen waardoor sommige nummers meer op popmuziek lijken.” Gelukkig zijn we met zijn komst geen ‘Hip Hop is dood!’ gillende purist rijker. “Als ik bijvoorbeeld naar M.O. en Brakko luister dan krijg ik echt een Hip Hop-gevoel. Dat is het stukje Nederlandse Hip Hop waar ik deel van wil zijn.”

Ondertussen is hij druk bezig om de derde stap richting zijn plek in het Nederlandse raplandschap voor te bereiden. Ondanks de positieve geluiden van de jury wandelt hij zaterdag niet fluitend Paradiso binnen. “Bij de kwartfinale kreeg ik een positief juryrapport terwijl ik bij de halve finales een negatiever juryrapport heb gekregen.” Eén van de punten van kritiek was het volgens de jury ietwat rommelige verloop van zijn show. Voor Tastic kwam deze feedback niet echt als een verrassing. “Bij de vorige optredens hebben we te weinig tijd besteed aan de show en teveel tijd besteed aan het samenstellen van de tracks besteed. Bij de kwartfinales hadden we minder voorbereidingstijd dan bij de halve finale en ik wilde in Apeldoorn een show doen zonder nummers die ik al in de kwartfinale had laten horen. Uiteindelijk stonden we daar met zeven nieuwe tracks en dat was niet zo slim; die nummers gingen niet allemaal even perfect. Onze focus is nu anders; verbetering is soms beter dan vernieuwing. Voor de finale hebben m’n DJ en ik besloten om onze aandacht beter onder nieuwe tracks en een stabielere show te verdelen.” Ondertussen heeft de drang om nieuw materiaal te schrijven geresulteerd in ‘Gaat ‘ie dat zeggen’, de EP die hij samen met Thyza en Lie Manatik in januari hoopt te releasen. Of het nieuwe wapenfeit digitaal of als disc te beluisteren valt, hebben ze nog niet bepaald. “Eerst maar eens alles klaar hebben voor de finale,” blaast de goedlachse Alphenaar.
Dope D.O.D.
“Tja,” haalt Koos tevreden grijnzend zijn schouders op, “wat kun je daar nou nog over zeggen? “Eindelijk weer echte grimey Hip Hop in Nederland! Hun shows zijn gewoon out there. Ze zijn nieuw, strak, hard, verfrissend en tekstueel is het heel tof. Hun show zit qua opbouw heel goed in elkaar en ze blijven verrassen: hun optredens in Almere en Utrecht waren compleet anders.” “In de Ekko,” herinnert Lee zich, “gaven ze een show waar we echt stijl van achterover sloegen. Behalve dat ze van zichzelf belachelijk origineel zijn, brengen ze op het podium gewoon alles wat je een goede show mag verwachten. Ze zijn zeker weten de meest eigenzinnige finalisten!”

“We zetten een wereld neer waarin je kunt verdwijnen maar,” vertelt Skits Vicious,,“we schreeuwen niet om het schreeuwen. Soms zit er een verborgen message in, soms is het gewoon grappig. Er zit, ook al klinkt het soms duister of grof, humor in en dat is de sleutel tot intelligentie. Ieders rol binnen de groep is een goede reflectie van onze persoonlijkheden. Omdat ik altijd achter veel zaken aan zit en vaak concepten voor tracks bedenk, word ik een beetje gezien als leider. Jay Reaper,” legt de MC met de volle lach en het halve kapsel uit, “is gewoon de funk, de ‘fro. Hij komt met een Redman- en Pharaoh Monch-achtige stijl. Jay is wat meer toegankelijk en happy maar tegelijkertijd keihard in z’n teksten. Dopey Rotten en ik zijn allebei half Engels en we zijn een beetje elkaar curse brothers. Hij is meer de shady achtergrond figuur van de groep; ook in het echt is hij wat meer teruggetrokken en wat stiller. Met z’n drieën zijn we Dope D.O.D. en dan heb je nog onze producer P. die zorgt voor de zieke beats zodat we op het podium klappen zoals we horen te klappen.”

Het Groningse drietal heeft zich na een suggestie van jurylid Lee aangemeld bij de GPNL. “Ik had al een tijdje e-mailcontact met hem en we dropten af en toe wat op Statemagazine. Hij vond onze muziek dope en vroeg waarom we ons niet inschreven voor de Grote Prijs.” Skits geeft toe dat hij sceptisch was: “Een aantal vorige deelnemers die we kennen waren vrij kritisch over de Grote Prijs. Zij bestempelden het als een “What’s the next best thing?”-competitie waarin vooral mensen die al goed bezig zijn of waar in ieder geval een hype omheen is gepusht worden. Tijdens het jaar waarin je de Zwolle-hype nog had en Jawat ook nog eens won had ik hetzelfde. Niets dan respect voor Jawat overigens want,” benadrukt hij, “hij is keihard maar ik vond het wel opvallend. Bij ons is het juist weer compleet het tegenovergestelde want weinig mensen kennen ons. In het begin was ik even bang dat als ze zouden gaan voor ‘de vriendjes van de jury’ dat het heel lastig zou worden maar we kwamen er gelukkig snel achter dat de juryleden voelen wat we doen. Ze somden in ons juryrapport vrijwel alles op waar we voor staan en ze begrijpen het. Ze citeerden zelfs onze teksten,” glimt hij trots.

Waar hij minder blij mee is, zijn de insinuaties dat je het als niet-Nederlandstalige deelnemer lastiger hebt. “Ik erger me een beetje aan het cultuurtje dat in Nederland is ontstaan tegenover Engelstalige MC’s,” zucht hij. “Wij hebben Engelse roots en we zijn opgegroeid met die oude, hardcore Hip Hop. Ik heb respect voor Nederhop en ondanks dat ik het vroeger nooit luisterde heb ik de opkomst ervan wel gevolgd. Maar hoe sommige mensen shitten op dat wat Hip Hop opbouwde terwijl ze er niets van weten en het soms niet eens kunnen verstaan vind ik respectloos. Aan de andere kant,” nuanceert hij “begrijp ik dat mensen zich ergeren aan gasten die Engels spitten terwijl ze dat niet kunnen; dat vind ik ook verschrikkelijk. Hopelijk laten wij zien dat er ook echte Engelstalige Hip Hop in Nederland is.

Bij de Grote Prijs zijn ook Engelstalige acts in de prijzen gevallen dus ik denk dat het zaterdag wel mee zal vallen. Kijk maar naar Skiggy Raps en Pete Philly. UnknownEye zit ook in de finale dus de jury is slim genoeg om geïnteresseerd te zijn. Het is ook maar hoe je denkt; Nederlanders zijn vaak heel nuchter en simpel. Dat gedoe van ‘Wat doe je als het niet lukt?’…  Fuck plan B! Ik denk niet aan wat fout kan gaan: ik weet dat het goed komt,” knikt de geestige Groninger zelfverzekerd.
 

UnknownEye
“Toen zijn show begon,” blikt Lee terug op de halve finale in Speakers, “stond iedereen nog lekker te roken buiten. UnknownEye begon zijn show met heel weinig publiek maar hij trok mensen echt naar het podium. Hij is zo’n artiest die je ziet en waarvan je wilt horen wat hij te zeggen heeft. Hij heeft een boodschap en die brengt hij met een ongelofelijke intensiteit. De hele manier waarop hij op het podium staat, overtuigt je ervan dat hij hier echt voor leeft. Zijn boodschap is misschien niet de vrolijkste die iemand zich voor kan stellen maar wat hij brengt, brengt hij met heel veel plezier.” “Hij had inderdaad de minste aanhang meegenomen maar hij was ook zeker het minst afhankelijk van z’n eigen publiek. In Delft,” aldus Koos, “kreeg ik echt kippenvel van zijn optreden.”

Na de bekendmaking van de halve finalisten vertelde UnknownEye nog dat hij niet verwacht had dat hij de volgende ronde zou halen. “Ik was niet echt tevreden met die de show maar de halve finale,” vertelt hij terwijl de herinnering aan zijn optreden van 11 september een bescheiden glimlach ontlokt, “ging goed. We wilden trouwens wel meer mensen meenemen maar om aan de ene kant met de show bezig te zijn en aan de andere kant dat soort dingen te moeten regelen lukte nog niet. Voor de finale is wel een bus geregeld maar ik ben blij dat de muziek ondertussen voor zichzelf heeft kunnen spreken.”

Voorafgaand aan zijn deelname aan de GPNL, stak hij de Grote Prijs van Zuid-Holland in zijn zak. “Nadat ik die had gewonnen, werd ik gebeld door de Grote Prijs van Nederland. Ik wist dat mijn deelname aan de Grote Prijs alleen maar meer promotie op kon leveren dus ik deed mee. Maar,” voegt hij eraan toe, “ik moest me wel gewoon inschrijven, hoor.” Zijn finaleplek heeft zijn kijk op de Grote Prijs niet veranderd. “Ik ben nog steeds sceptisch omdat er in de voorgaande jaren naar mijn mening een andere winnaar uit had moeten komen. Voor mij is winnen mooi meegenomen maar wat ik er qua publiciteit van verwachtte dat blijkt in ieder geval zeker zo te zijn. Ik kan mezelf inmiddels Googlen,” lacht de man wiens statige lichaamshouding zelfs de houten toko-stoel op een troon laat lijken.

De feedback die de jury hem tijdens de vorige rondes gaf, bekijkt hij nuchter. “In mijn juryrapport stonden een aantal punten waar ik weet van heb maar waar ik niet echt veel mee heb gedaan. Er stond bijvoorbeeld dat ik rap over wat gezien wordt als zware onderwerpen. Tekstueel gezien kan ik niets aanpassen: ik schrijf wat ik schrijf en ik zeg wat ik zeg. Gelukkig merkte de jury wel dat we onze show willen laten schijnen en dat we positiviteit uit willen stralen. Wat we van het rapport hebben opgestoken is dat de aanpak eromheen wel iets anders kan zijn.” “Zijn muziek,” beschrijft Koos, “is puur en eerlijk zonder dat het al te belerend wordt. Het spreekt mij heel erg aan maar ik snap best dat het niet voor iedereen altijd even interessant of spectaculair is. Aan de andere kant zou dat wat het spectaculairder zou maken natuurlijk wel weer afbreuk doen aan wat hij probeert over te brengen. Hij maakt geen potentiële hitjes maar wil hij dat? Ik denk het niet,” beantwoordt Groenendijk zijn eigen vraag.

Toch is de Rotterdammer, die door Lee beschreven wordt als de meest geëngageerde en volwassen finalist, qua stijl door de jaren heen wel wat veranderd. “Ik kies heel bewust waar ik over spreek maar ik heb het de laatste tijd meer over dingen die in mijn directe omgeving gebeuren. In het verleden ging ik misschien iets te diep op bepaalde samenzweringscomplotten in. Kijk, het is altijd goed om mensen wakker te schudden en te houden maar daar zijn verschillende manieren voor. De revolutie komt wanneer de tijd er rijp voor is.” Ook de mensen met wie hij zijn muziek maakt, hebben bijgedragen aan de verschuiving. “We maken onze muziek als groep,” vertelt hij over Team Focus dat bestaat uit DJ First Angle, back up B Styx, vocalist Furlan en producer/DJ J83. Zijn nieuwe cd, getiteld Focus, hoopt hij begin volgend jaar uit te brengen. “Je hoort misschien wat vaker een zangrefreintje waardoor het ook opgepakt wordt een andere groep luisteraars maar ik ben absoluut niet van plan om tekstueel of qua beats in te dimmen omdat mensen het anders niet willen horen. Zolang de mensen die het wel willen horen er maar van genieten,” glimlacht hij.
De finale
Zaterdag 12 december nemen Kraantje Pappie, Fotosynthese, Dret en Krulle, Fotosynthese, Dope D.O.D., Tastic en UnknownEye vanaf 21:30u Paradiso over. Tastic waagt zich niet aan een voorspelling over het verloop van de avond maar heeft wel een voorkeur. “Dret en Krulle: het zijn goede MC’s en die Killing Skills-beats zijn heel tof!” Skits Vicious twijfelt nog over welke finalist het best bij zijn muzieksmaak past: “Fotosynthese heeft wel talent maar die doet nog niet zoveel met me. Door zijn leeftijd neem ik hem niet echt serieus maar hij heeft best skills. Verder vind ik iedereen wel gelijk aan elkaar; er springt niet één uit waarvan ik echt kan zeggen dat het m’n ding is. Ze brengen echte Hip Hop acts en ze hebben allemaal wel iets wat ik cool vind.”

UnknownEye vindt het moeilijk om te kiezen en wenst de jury veel succes. Gelukkig schijnt er voor de juryleden wat licht in de lastigheid. “De winnaar hoeft absoluut niet unaniem gekozen te worden. Bij het samenstellen van de lijst met Hip Hop-finalisten,” vertelt jurylid en GPNL-directeur Guno Oosterling, “was dat ook niet het geval. Wel hadden de juryleden redelijk snel besloten welke zes acts in de finale staan. Dat moet ook: als iedereen zijn kont tegen de kribbe gooit dan valt er niets te jureren.”

Grote Prijs-special: De finale (deel 1)

(23 november 2009)

Wordt het Alphen aan de Rijn, Breda, Groningen of Rotterdam? Of blijft het Amsterdam Zuidoost? Zaterdag 12 december strijden Dope D.O.D., UnknownEye, Tastic, Dret en Krulle, Fotosynthese en Kraantje Pappie in Paradiso om de hoofdprijs in de Hip Hop-categorie van de GPNL. Koos Groenendijk, Lee Stuart, Guno Oosterling en Dave Vanderheijden vormen samen met de speciaal voor de finale gevraagde Sef (Flinke Namen) de 5-koppige jury die bepaalt welke finalist de prijs mee naar huis neemt. “Zes finalisten leek wel gewoon te weinig dit keer,” vindt Lee. In deel 1 van deze finale-special: Dret en Krulle, Fotosynthese en Kraantje Pappie.

Kraantje Pappie
“Ik wilde vorig jaar al meedoen maar ik besloot om een jaar te wachten.” Dat hij in dat jaar zelf al flink van zich heeft laten horen, beïnvloedde zijn beslissing om zich in te schrijven niet. “De Grote Prijs kan voor mij alsnog een hoop betekenen en ik kan het net zo goed kan gebruiken als de andere deelnemers. Dat ik inmiddels wat uitgebracht heb, kan een voorsprong betekenen maar als de jury daardoor meer van me verwacht kan het ook in m’n nadeel werken. Als het een eerlijke competitie is dan mag dat geen rol spelen.” Guno geeft aan dat de jury hier inderdaad niet door wordt beïnvloed: “Deze deelnemers staan, evenals de finalisten die nog geen cd uitgebracht hebben, aan het begin van hun carrière. Waar we wel naar kijken is of een artiest gearriveerd is of niet: het heeft bijvoorbeeld geen zin om Rico of Sticks te vragen om zich in te schrijven. Wat voor iemands deelname totaal niet uitmaakt is of ze al eerder wat van hun werk uitgebracht hebben. Voor hetzelfde geld heeft iemand drie cd’s uitgebracht die niet bekend zijn bij het grote publiek. Zou die dan niet mee mogen doen?”

Tijdens zijn afgelopen twee GPNL-optredens liet hij ons kennis maken met de verschillende kanten van De Kraan. “In kwartfinale zag je ons in onze meest energieke vorm; het feesten, het hard gaan en het zoveel mogelijk rammen. Bij de halve finale wilden we vooral laten zien wat het samenspel is tussen mij en mijn back up en mijn DJ, DJ Friss. Het leek ons een goede manier om te laten zien dat we beide kunnen. De kwartfinaleshow paste heel goed bij een groot publiek; de andere show is juist voor een kleinere setting. “We stonden met Skinto en Dope D.O.D. in die halve finale en zij,” vult back up Mo the Show aan, “geven hele energieke shows. Dit hadden we in de kwartfinale al laten zien dus we wilden iets anders brengen. Bovendien wilden we niet weg vallen tussen die twee andere energieke acts.”

“Zijn show was heel strak. DJ Friss is een technisch gezien gruwelijk onderlegd, de back up MC deed precies wat hij moest doen en,” vertelt Lee enthousiast, “hun interactie met het publiek was gewoon goed. Kraantje’s voorkomen op het podium en zijn manier verhalen vertellen zijn gewoon heel tof.” Over wat we in de finale kunnen verwachten wil De Kraan weinig laten lekken. “Het wordt een kloppend geheel dat in de repetitieruimte als legendarisch wordt omschreven.” Door zijn eigen mensen? “Sterker nog,” lacht de guitige Groninger, “gewoon door mijzelf!

De kritiekpunten zaten in mijn geval vaak in dingen die je snel kan veranderen in een show. In één van de rapporten schreef de jury dat ze m’n show beter vinden dan m’n cd; dit schreven ze wel voordat Boulimia uitkwam dus misschien is die mening intussen bijgedraaid. Een ander punt ging bijvoorbeeld over de opbouw van de show. We bedenken dan zeker wel hoe we de kritiekpunten om kunnen zetten in pluspunten.” Overigens gaf niet alle feedback hem stof tot nadenken. “Ik kreeg kritiek op een aantal van de producties. Ik denk dat dit heel erg een kwestie van smaak is dus ik weet niet of zoiets relevant genoeg was om in iemands juryrapport te vermelden.”

Wat ze ten opzichte van de andere 5 finalisten kenmerkt, weten de heren nog niet precies. “Ik denk dat voor ons het moeilijkst is om een hokje te vinden omdat we op niets lijken. Als mensen me met Spacekees vergelijken dan luisteren ze niet goed. Het is positief maar het klopt niet: onze flow, intonatie, taalgebruik en persoonlijkheden zijn heel anders.” Een kader waar de heren zich wel in kunnen vinden is dat van ‘act met een goede show’. “Wij kunnen mensen die geen voldoening uit de CD hebben gehaald alsnog overtuigen. Dat betekent,” beredeneert Kraantje “dat we of een hele goede liveshow hebben of dat de cd niet goed genoeg was maar we krijgen het wel voor elkaar dat mensen die twijfelden na de show de nummers heel anders bekijken.”

“Wij willen met onze shows nooit bewijzen hoe goed Kraan kan rappen; we willen dat mensen naar huis gaan en dat door hun enthousiasme hun thuisgebleven vrienden zich afvragen waarom ze er niet waren. Als je bij onze optredens bent dan wordt je heel erg meegesleurd en dat is iets,” bekent Mo, “wat ik niet bij alle finalisten voel en ik heb vaak genoeg naar ze gekeken.” De heren twijfelen niet over de act waar ze het meest van onder de indruk waren. “Dope, D.O.D.!” roepen ze trots over hun stadsgenoten.


Dret en Krulle

Het woord waar jurylid Koos bij Dret en Krulle aan denkt, is ‘broederliefde’. De heren maken als onderdeel van de Bijlmerstyle-formatie Vaderloze Troepe al ongeveer 7 jaar al muziek maar treden pas sinds dit jaar op als duo. “Hoe sterk zij samen staan komt tijdens hun shows erg mooi naar voren. Ze komen allebei uit een buurt waar echt niet alleen maar goede muziek vandaan komt en dan is het soms moeilijk om daar toch bovenuit te steken. Ik heb heel lang in Zuidoost gewoond en toen ik er pas kwam, dacht ik: ‘Hier zijn zeker allemaal mensen die van echte hiphop houden.’ Dat viel heel erg tegen. Bovendien,” vervolgt Groenendijk, “hebben Dret en Krulle echt hun eigen ding gedaan en ze zijn niet met de wind van M.O. en Brakko mee gevaren.”

Maar winnaars van de Hip Hop-finale van vorig jaar hebben ze zeker wel geïnspireerd. “M.O. en Brakko, hebben vorig jaar de Bijlmer echt gerepresent en we vinden dat de prijs in de Bijlmer moest blijven. Het heeft de mensen uit Zuidoost die bezig zijn met muziek echt geïnspireerd omdat nu heel zichtbaar werd dat hard werken wordt beloond. Er werd, onder andere op Hip Hop-gebied, nooit echt veel naar de Bijlmer gekeken maar,” legt de 19-jarige Krulle eerlijk uit, “heel veel mensen daar sliepen ook. Toen M.O. en Brakko die prijs pakten, werd iedereen wakker en nu zijn mensen gretig om hun ding te doen. Het is voor ons ook een drijfveer om nog harder ons best te doen.

In de halve finale hebben we alles gegeven. Nu we in de finale staan is alles nog serieuzer en,” vervolgt hij zelfverzekerd, “zijn we aan om die prijs te pakken!” Hoewel de vergelijking snel wordt gemaakt zijn er volgens Dret meer verschillen dan overeenkomsten met de winnaars van vorig jaar. “Het enige dat ons direct aan elkaar linkt is dat wij ook 2 zwarte mannen uit de Bijlmer zijn; onze sound, stijl, karakters en muziek verschillen heel veel met die van hun. Qua muziek zijn ze meer laid back en onze beats en teksten zijn toch wat feller. We zijn ook jonger dus we zijn misschien ook gewoon nog wat wilder.”

Waar de jury tijdens de kwartfinale minder wild van was, waren de beats. Deze kritiek is echter positief ontvangen. “De juryrapporten zijn heel nuttig want ze houden je scherp. Hierdoor kun je ervoor zorgen dat de vorige kritiekpunten niet meer bij een volgende show te zien zijn,” legt Dret uit. “Bij de kwartfinales was de kritiek dat de beats niet zo hard klonken maar dat wisten we: wegens tijdgebrek konden we ze niet af laten mixen zoals we wilden. Voor onze show in Apeldoorn is dit met heel veel dank aan KillingSkills wel gelukt,” vertelt hij over de hulp van de producer die, terwijl hij glimlachend op zijn appel kauwt, de lofzang van Robert Coblijn, SpliffAttack en het duo bescheiden in ontvangst neemt.

“Dret en Krulle zijn in mijn ogen een beetje met de hakken over de sloot de kwartfinale doorgekomen maar de halve finale in Apeldoorn hebben ze echt gerockt,” knikt Koos heftig. “Ze brengen Hip Hop van de straat, ze hebben sterke teksten en zijn goed op elkaar ingespeeld.” Hij geeft aan dat het duo tijdens de competitie volgens hem de meeste vooruitgang heeft geboekt. “Vergeleken met hun show tijdens de kwartfinale in Bitterzoet zag je in Apeldoorn echt een groot verschil: ze hadden een interessantere show. Ik vind het ook belangrijk hoe acts hun aanhang weten te mobiliseren. In Bitterzoet was dat minder maar bij de halve finale stond een buslading aan Bijlmeraanhang in De Gigant. Ze deden ook nummers die voor interessanter waren voor het publiek. Bovendien deed het hele publiek, en zeker niet alleen de Zuidoost-aanhang, goed mee.”

Wat we in de finale van ze mogen verwachten, weet Dret in één woord samen te vatten. “Vuur!” glimt de Grijns van de Bijlmer trots. De vraag naar welke finalist zij zelf het liefst luisteren, ontketent een kabaal van waardering. “UnknownEye! Ik kende niets van hem. Ik kende Kraantje en Fotosynthese al, ik zag ergens een cd Dope D.O.D. liggen dus die heb ik gecheckt, ik heb wat van Tastic gezien maar van UnknownEye,” ratelt Dret terwijl zijn bureaustoel schudt onder zijn enthousiasme “kon ik niets vinden. Nu heb ik die Grote Prijs-mixtape geluisterd en ik hoorde die tracks van hem… fuc-king verschrikkelijk! Hij brengt dat revolutionaire ding en dat is mijn shit! Oh mijn God, hij leeft er echt voor. Big up naar Unknown Eye, man. Jawel, jawel!” “Ik sluit me volledig bij Dret aan,” lacht Krulle.


Fotosynthese

“We proberen langzaam van dat leeftijdding af te komen maar het werkt natuurlijk ook in mijn voordeel. Dat ik 16 ben is iets wat me, zeker in de GPNL, onderscheidt van de andere rappers. Ik moet er natuurlijk niet te lang mee bezig blijven: anders onderscheid ik me niet door mijn rap skills maar,” weet de rappende NAC-supporter, “steeds door mijn leeftijd. Wanneer ik 18 ben, is het minder bijzonder.” Volgens Koos werkt het nu in ieder geval nog prima. “Ik denk dat wij hem echt hebben gekozen met het idee dat hij nog zoveel kan brengen en,” vertelt hij, “hij kan echt heel goed flowen.” Ook Lee is onder de indruk: “Zijn leeftijd geeft aan hoe getalenteerd hij is. Als hij 29 was en hij rapte op deze manier dan was het nog steeds goed maar dan zou je hem er misschien op af kunnen rekenen dat zijn manier van rappen niet de allerorigineelste is; toch kunt je er niet onderuit dat er bij hem een volwassenheid zit die bijzonder is voor iemand van 16.”

Foto, in de Grote Prijs van dit jaar the last Brabander standing, heeft op zijn beurt ook een kritische blik over de juryrapporten laten glijden. “Ik had wel dingen die ik nog nooit eerder had gelezen maar of ik ook echt met alle feedback iets kan… Er waren wel een aantal kritiekpunten waarvan ik dacht ‘Hoe komen ze daar nou bij?’ In één van de rapporten stond bijvoorbeeld dat ik niet teveel Jiggy Dje-tje moest spelen. Met alle respect naar zijn vette en inspirerende liveshow maar Jiggy heeft dingen met de DJ ook niet uitgevonden. Het is kritiek waar ik niet echt iets mee kan omdat ik juist het ook als een compliment zag dat ze het zo zagen; je moet er natuurlijk wel mee uitkijken,” beseft hij. “Een ander punt ging over de variatie van beats en dat vond ik ook een aparte opmerking. De eerste 3 tracks die ik tijdens de halve finale deed, hadden drum ’n bass-, een reggae- en wat meer Hip Hop-beat; nu vind ik dat in een kwartier al vrij veel verandering qua beats,” lacht hij vriendelijk. “Er waren ook zeker wel dingen die ik las en waarvan ik vond dat ze gelijk hadden. Ik heb de halve finale Delft ook niet gewonnen dus er zal vast wel iets op aan te merken zijn geweest.”

Evenals Kraantje, zijn medegenomineerde voor Rookie of the Year bij de State Awards, was ook Fotosynthese niet direct door naar de finale. “Die avond had ik, met alle respect naar de andere acts in Delft, echt het gevoel dat we wel zouden winnen. Na mijn optreden kwamen er zelfs andere acts naar me toe om te zeggen dat ik de winst wel zou pakken. Nu ben ik nog vrij jong en word ik daar toch wel snel door beïnvloed en het was een klap in m’n gezicht dat UnknownEye die avond won. Misschien was dit wel terecht maar op dat moment had ik zoiets van ‘Wow!’ We hadden 70 man mee en,” eert hij trots zijn aanhang, “het is ook echt een Bredase avond geworden. In die periode tussen de uitslag in Delft en de uiteindelijke bekendmaking van de laatste drie finalisten dacht ik: ‘Ik zie het wel. Als ik nu niet door ben naar de finale dan ben ik in ieder geval tevreden met wat ik heb neergezet.’ Toen Lijn5 belde was ik wel echt heel blij,” vertelt hij eerlijk.

Inmiddels zijn de voorbereidingen voor zijn optreden in Paradiso in volle gang. “M’n liveshow heb ik na de halve finale in Delft nog een keer aangepast. Samen met Rachi, mijn DJ, wissel ik na elke show  ideeën uit over wat we qua beats willen doen. Tijdens de vorige editie van Definitie van Dopeheid hebben we een show neergezet die we zo vet vonden dat we daar weinig meer aan veranderen. We legden het juryrapport ernaast en wat dingen aangepast. Een show die nu goed gaat, kan ik liever nog beter uitvoeren in plaats van dat we snel iets compleet nieuws verzinnen. We gaan tijdens de finale voor een solide show.”

De Vwo-scholier geeft aan het iedereen te gunnen maar hij heeft wel een voorkeur: “Kraantje Pappie en Dret en Krulle,” knikt hij. Voorspellingen over de finale heeft hij niet. “Er kan van alles gebeuren: we zijn 6 compleet verschillende finalisten. Dope DOD komt met rauwe hiphop, UnknownEye komt met Engelstalige boombap basics en dan heb je de NL-acts. Het kan alle kanten op gaan: de jury kan kiezen voor de rauwe beats van Tastic, de vrolijke swagger van Kraantje of voor de jongste finalist.”

Ook juryvoorzitter Guno vindt het moeilijk om inhoudelijk iets over de finalisten te zeggen. “Ze maken allemaal kans op de hoofdprijs maar bijna allemaal op hele verschillende punten. Het pleit voor de één dat hij een enorm talent is terwijl het voor de ander pleit dat zijn product al behoorlijk ‘af’ klinkt. Als je die vergelijkingen naast elkaar zet dan wordt het zo’n abstract geheel dat het de vraag is hoe je dit met elkaar vergelijkt. Mensen denken vast: ‘Dat is toch juist wat jullie bij de Grote Prijs horen te beantwoorden?’ Dat klopt maar we kiezen er als organisatie bewust voor om de juryberaden achter gesloten deuren te houden: het ligt binnen de Hip Hop-gemeenschap nu eenmaal gevoelig. Wat ik wel wil vertellen is dat alle zes acts in de finale staan omdat ze op bepaalde punten heel hoog scoren; om welke punten dit gaat is bij de één een heel ander verhaal dan bij de ander. Die onderlinge verschillen zorgen dit jaar voor lastige juryberaden in de Hip Hop-categorie.

Het verschil met voorgaande jaren,” verklaart Oosterling, “is dat er na 2004 in Nederland qua Hip Hop een groter artiestenveld is ontstaan. Waar het vroeger alleen ging om Extince, Brainpower en, om maar eens een halve Hip Hop-band te noemen, Osdorp Posse zie je dat er nu meer gebeurt omdat er meer rappers zijn. Ook in de Hip Hop-categorie van de GPNL staan vaak een hoop acts die recht hebben op een plek in de finale; het is dit jaar moeilijk te bepalen in hoeverre de ene act hier meer recht op heeft dan de andere. Als juryleden vonden we het tijdens de halve finales al moeilijk om hier een beslissing over te nemen. Het is inderdaad vergelijkbaar met de finale van 2008: daar zat, in tegenstelling tot de jaren daarvoor, ook geen gedoodverfde favoriet tussen. Sowieso kun je nooit van tevoren zeggen wie zal winnen maar dit jaar al helemaal niet.”

Jurylid Dave Vanderheijden vindt dat de finalisten qua niveau “allemaal best dicht bij elkaar liggen”. Hij geeft aan “in deze finale geen uitgesproken favoriet” te hebben. Om te voorkomen dat het beantwoorden van de vragen een verkeerd beeld van zijn voorkeuren schetst, werkte hij liever niet mee aan dit artikel.